De motorrijder

Wat is dat toch met die motorrijders? Een diepgeworteld, nooit meer te overkomen minderwaardigheidscomplex?

 

Een jongen met een Kreidler, dat kon echt niet vroeger, in mijn jonge jaren. Want een Kreidler was net zo suf als een soulbroek. Nee! Mijn vriendje droeg een afgeragde spijkerbroek en reed op een opgevoerde maxi Puch en anders mij niet gezien. Kwestie van ergens bij willen horen.

 

Een auto is net zo’n statussymbool. Het merk zegt iets over de bestuurder. Zo heb je niks-aan-de-hand doodgewone blij-dat-ik-rij auto’s, patjepeeër-bolides, wagens voor captains of industry, ministerssleeën, burgermankarren, bakvissenautootjes en zo kan ik nog wel even doorgaan.

 

Vroeger, toen ik nog in de reclame werkte, waar men over het algemeen erg goed is in het duiden der mensen en dingen, werd een auto simpelweg een penisverlenger genoemd. En eerlijk is eerlijk: daarmee was het eigenlijk ook wel allemaal gezegd. Want des te groter de auto, des te blijer het ego.

 

Ik moest hier laatst aan denken toen de een of andere onverlaat zo hard optrok met zijn motor dat alle scooteralarmen in de straat spontaan begonnen te loeien. Nee, ik heb het merk niet gezien want daarvoor sprintte hij te hard weg. Maar even: wat doet dat met zo’n man? Zoveel herrie produceren dat kinderen spontaan naar hun oortjes grijpen, honden angstig wegduiken en ik meteen een pesthumeur heb?

 

Vliegtuigen zijn de laatste jaren heel veel stiller geworden. Als er een overkomt, en dat komt vaak voor waar ik woon, gaat het gesprek op het terras gewoon door. Niets aan de hand, niemand die vloekt of zelfs maar moeilijk kijkt. Komt er een motor langs janken, dan is het bal. En zit je ergens waar die optrekt, ik bedoel: bij een stoplicht wegsprint door die gaskraan in één keer lekker helemaal open te draaien, dan kan niemand ook nog maar één woord met elkaar wisselen.

 

 

Wat is dat dan toch met dat ego van sommige van die motorrijders? Gevalletje van een diepgeworteld, nooit meer te overkomen minderwaardigheidscomplex? Kwestie van nooit aandacht krijgen door normaal te doen en het met herriemaken proberen af te dwingen? Geen opvoeding gehad vroeger thuis? Of gewoon een geboren ontruststoker?

 

Maar wat het ook is, dat is toch nog geen excuus om een spoor van loeiende alarmen achter te laten?

 

Door: Brigitte Bormans

 

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.