Zomaar een woensdag

Pleuntjes man brengt hun kleindochter naar zwemles, maar met een hond gaat dit toch een stuk lastiger dan verwacht. En toen was daar de oplossing…

 

Gisteren bracht mijn man onze kleindochter naar zwemles. Vriendin Sophie mocht mee. En de hond van mijn dochter natuurlijk ook. Met opa is het feest. Maar honden en zwembaden zijn geen goede match dus liet mijn man de hond in de auto. Maar ja, dat had hij twee weken geleden ook gedaan toen hij twee broden en een pak melk moest halen bij Albert Heijn en omdat de puppyhond zo piepte van gemis, hadden omstanders de politie ingeschakeld. Hond in auto in zomerse omstandigheden, dat kon natuurlijk niet. Dat mijn arme man maar drie minuutjes binnen was geweest, de raampjes op stevige kieren stonden en het in de auto maar 22 graden was, hielp niet.

 

Afijn. Dat zou hem niet nog eens gebeuren. Dus hij zette zijn motor aan (gas dus weinig uitstoot) zodat de airconditioning aan kon blijven. Zou hij even snel de meisjes in hun badpak hijsen en weer terugrennen richting hond en auto. Maar zover kwam het niet. Een man liep voorbij. “Meneer, uw motor draait.” Dat wist mijn man, zei hij. De andere man herhaalde zijn zin. Dat de motor draaide. Mijn man knikte. Een andere man liep voorbij. Of mijn man zich wel bekommerde om de volgende generatie. Oh la la.

 

Gelukkig is mijn man met de jaren een stuk rustiger geworden dus hij knikte vriendelijk, zette de motor uit en bond het hondje aan het hekje. Toen hij het zwembad in liep, begon het piepen weer. Pup mist baas. Na een minuut kwam er een meneer de zwembadruimte binnen lopen. Van wie het hondje was. Van mij, sprak mijn man. “Uw hond piept.” Mijn man wilde zeggen “Dat méén je niet!” maar bleef rustig en zei dat hij daarvan op de hoogte was maar dat hond meenemen en hond in de auto laten geen opties waren, dus dat dit de enige mogelijkheid was.

 

Er kwam weer iemand binnen. Er was een piepende hond. En dat piepen, dat moest stoppen. Dit was een woongemeenschap. Aha. Ik wist niet dat er wetten waren voor een woongemeenschap. Is er ook een limiet aan hoe hard je mag lachen? Of niezen? Afijn. Mijn man keek naar onze kleindochter en vriendin en vroeg of ze zelf hun badpakjes aan konden trekken. Vier duimpjes gingen omhoog. Dat lukte wel.

 

Na de les herhaalde zich het euvel. Hond maar even onder de arm. Een handdoekje geven aan de meisjes en vragen of ze zich dan maar zelf konden aankleden. Vier duimpjes en een knipoog. Toen tikte iemand op zijn schouder. Net toen mijn man “Nee, niet weer hè” verzuchtte, hoorde hij zeggen: “Meneer, zal ik even met uw hondje wandelen? Dan kunt u uw kleindochter en haar vriendin helpen met aankleden.” Het bleek de eerste klaagmeneer. Mijn man accepteerde het aanbod en trof de man in kwestie zes minuten later inderdaad vrolijk wandelend met de hond op het zwembadterrein. Mijn man gaf hem een hand en dankte hem. De man stapte in zijn auto. Een enorme vintage cabriolet, met veel lawaai en heel veel uitstoot. Maar deze man bekommerde zich in ieder geval om zijn medemens en daar is een hoop voor te zeggen deze dagen.

 

Door: Pleuntje van der Horst