14 redenen om nooit meer te kamperen

 

Rachel: Op papier zou ik kamperen geweldig moeten vinden; ik ben geen luxepaard en hou vreselijk van buitenlucht en een beetje pionieren. Maar in de praktijk heb ik een gillende hekel aan slapen in een tent.

 

Ik heb het geprobeerd – en best vaak ook – maar het wordt nooit wat tussen mij en de camping. Misschien heb ik pech gehad in het verleden. Dat zou kunnen. Er hebben muizen en rivieren onder mijn tentdoek door gelopen, ik heb midden in de nacht bij het licht van een zaklamp met muggen en (niet door mijzelf) volgeplaste slaapzakken gedeald, mijn tent is leeggehaald, ik heb op lekke luchtbedden geslapen en werd een keer wakker omdat een hitsige Italiaan die dacht kans te maken bezig was mijn tent open te ritsen. En dan het verhaal van mijn schoonvader die een keer ’s nachts in de stromende regen in z’n zwembroek een geul rond zijn tent aan het graven was om het regenwater dat van de berg stroomde om te leiden en toen werd getroffen door de bliksem (Nou ja, er was een knal en een flits en hij werd wakker in de foetuspositie). Dan begrijp je dat ik qua kamperen wel genezen ben, niet?

 

En ik weet dat je heel leuke, kleinschalige campings hebt met keurige wasgelegenheden, lekker veel ruimte rond de tent en nog een gezellig pizzarestaurantje ook. En ook dat je de mooiste tenten en comfortabel opblaas- en uitklapmeubilair kunt aanschaffen waarmee je op stand kunt kamperen. Maar, denk ik dan, thuis heb ik twee wc’s en een wasmachine. Hallo.

 

Eerder dit jaar probeerde een vriendin me over te halen het toch nog een keer te proberen (‘Joh, gezellig, ’s avonds om het kampvuur marshmallows fikken met de kinderen, wijntje erbij voor ons). Ik heb dus voor haar – ook een beetje voor mezelf – maar eens goed op een rij gezet waarom ik echt nooit meer ga kamperen:

 

1.     Ik wil in een bed slapen.

2.     Ik wil überhaupt meubels, en vooral stoelen die óf eetstoel zijn óf loungestoel, niet ergens daar tussenin.

3.     Ik wil een kast opendoen en daar een schone onderbroek uit halen.

4.     Ik wil niet met een toilettas onder mijn arm naar een gebouwtje lopen.

5.     En al helemaal niet met een rol pleepapier.

6.     Of met een teiltje vol afwas.

7.     Als ik op vakantie ben wil ik trouwens helemaal niet van mijn eigen servies eten.

8.     Ik wil mijn toilettas niet op een nat schapje neerzetten waar net een onbekende vreemde heeft getandenpoetst.

9.     Ik wil niet wachten om te douchen en dan in iemands douchenat staan. Ook niet met badslippers.

10.  Ik wil niet met zo’n trekkertje de douche droogboenen voor de volgende gebruiker.

11.  Ik wil niet drie keer heen en weer lopen om te kijken of er al een wasmachine vrij is.

12.  Ik wil geen dakkoffer en ook geen zolder vol kampeerspullen.

13.  En dan heb ik heel coulant nog niks gezegd over de standaard campinghorrors als doucheputhaar, snurkende mannen drie tenten verderop, buren met gillende kinderen en feestende tieners.

14.  En ik wil een deur. Dat vooral. Een grote dikke deur die dicht kan. Want ik wil helemaal niet weten wat al die ongetwijfeld ontzettend aardige mensen om me heen aan het doen zijn de hele dag. Ik wil niet horen wat ze vinden van het weer, of dat ze hun vrouw ‘schat’ noemen, of hoe ze overleggen wie er naar het campingbakkertje gaat. Ik wil niet zien wat ze eten, wat er aan hun waslijn hangt of hoe ze een tukje doen in de voortent. Ik wil niet eens weten waar ze vandaan komen en wat ze doen voor de kost, want ik ben een onverbeterlijk introverte chagrijn die dolgelukkig wordt als ze met een tandenborstel, 1 setje reservekleding en een e-reader vol boeken in een hutje in het bos zit (zie je wel, geen luxepaard) en weken niemand ziet behalve haar eigen gezin. Heb ik deze zomer gedaan. Heerlijk.

 

  

 

Rachel Lancashire is freelance redactiemanager en schrijver. Ze werkt overal waar genoeg plek is voor een laptop en een kop koffie. Vroeger zeiden mensen weleens dat ze leek op een jonge Faye Dunaway, maar die tijd is voorbij. Gelukkig zit ze daar meestal niet heel erg mee.

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Linda van Iperen. Haarstylist: Mandy Huijs.