Al jaren heb ik een goede band met mijn buren. Ik woon in het appartement boven, zij in het benedenhuis, midden in de stad. We groeten elkaar altijd vriendelijk, maken een praatje als we elkaar bij de voordeur tegenkomen en springen bij waar nodig. Tijdens hun vakanties verzorg ik altijd hun stadstuintje. Dat doe ik met veel plezier. Ik geef de planten water, snoei wat als het nodig is, en houd alles netjes bij. Het is voor mij geen moeite, en ik doe het graag voor mensen die ik vertrouw.
Daarom vond ik het ook geen gek idee om hen te vragen of ze een weekje op mijn jonge kat, Sammie, wilden passen toen ik last minute een vakantie geboekt had. Omdat het hoogseizoenwas, zaten alle dierenpensions in de omgeving overvol en daarom namen ze geen nieuwe katten aan. Sammie was net zes maanden oud, een levendig, nieuwsgierig katje dat het liefst de hele dag door het huis dartelt. Ik wilde haar liever niet alleen laten, en wist bijna zeker dat de buren vast wel een keer iets terug wilden doen.
“Natuurlijk, dat doen we graag”
Toen ik mijn buurvrouw vroeg of zij en haar man voor Sammie wilden zorgen, reageerde ze meteen enthousiast. “Natuurlijk, dat doen we graag! Geen probleem!” Ze hadden zelf vroeger katten, zei ze, dus ze wist hoe het moest. We spraken af dat ze Sammie elke dag eten en water zouden geven, haar kattenbak zouden verschonen en even bij haar langs zouden gaan voor wat aandacht.
Ik had alles klaargezet: voer, snoepjes, kattenspeeltjes, schone korrels, instructies op papier. Zelfs de gegevens van de dierenarts voor het geval er iets zou gebeuren. Mijn huis liet ik spic en span achter en met een gerust hart deed ik de deur achter me dicht. Sammie keek me vanuit het halletje nieuwsgierig na toen ik vertrok.
Slecht voorgevoel tijdens mijn vakantie
Toch knaagde er iets. Op dag drie van mijn vakantie in Italië stuurde ik toch maar even een appje om even te vragen hoe het met Sammie ging, maar ik kreeg geen reactie. Ook niet op dag vier. Op dag vijf stuurde ik nog een keer een berichtje, dit keer wat directer: “Alles oké met Sammie? Heb al een paar keer iets gestuurd…” Maar het bleef doodstil aan de andere kant.
Mijn ongerustheid nam per uur toe. Wat als ze Sammie vergeten waren? Wat als ze ziek was? Ik probeerde mezelf gerust te stellen. Misschien waren ze gewoon druk. Of misschien hadden ze gewoon hun telefoon niet bij zich.
Thuis wachtte de schrik
Toen ik na zeven dagen thuiskwam, haastte ik me naar binnen. Ik was nauwelijks de drempel bij de voordeur over of Sammie kwam piepend op me afgerend. Ik schrok me rot want ze zag er vermagerd uit. Haar vacht was dof en ze miauwde voortdurend, alsof ze me van alles probeerde te vertellen. De voerbak was leeg en haar drinkbakje was uitgedroogd. En de kattenbak in de keuken? Die stonk verschrikkelijk, blijkbaar was die al dagen niet verschoond. De woonkamer rook muf, de gordijnen hingen nog precies zoals ik ze had achtergelaten. Sammie was duidelijk helemaal aan haar lot overgelaten.
Mijn hart brak in duizend stukjes, dit had ze niet verdiend. Ze is nog zo jong, en afhankelijk van de aandacht en zorg. Ik vulde meteen haar bakjes bij, verschoonde de kattenbak, en ging op de grond zitten terwijl ze als een magneet tegen me aan kroop. Haar kopje hing slap tegen me aan en zo bleven we een tijdje zitten. Toen ik uiteindelijk opstond om wat te eten voor mezelf te maken volgde ze me overal waar ik liep, alsof ze bang was dat ik weer weg zou gaan.
De confrontatie met de buren
Diezelfde avond nog ben ik naar mijn buren gegaan. Ik had nog geprobeerd me in te houden, maar mijn emoties zaten hoog. Ze deden open met een grote glimlach. “Leuk gehad?” vroeg de buurvrouw opgewekt. Toen kon ik mijn woede niet meer inhouden.
“Hebben jullie überhaupt naar Sammie omgekeken?” vroeg ik. “Ze had geen eten, geen drinken. Alles was precies zoals ik het heb achtergelaten. Jullie zouden elke dag langskomen, dat hadden jullie beloofd!” Mijn buurvrouw trok wit weg. Ondertussen was haar man ook naar de voordeur gekomen. Na een paar seconden begon ze te stamelen: “Ja… eh… we zijn inderdaad een paar keer niet geweest. We dachten dat het wel kon. Katten kunnen toch wel een paar dagen alleen zijn?” Ik wist niet wat ik hoorde. “Ze is een kitten, een heel jong diertje! Jullie hebben me beloofd om elke dag voor haar te zorgen. En ik zorg élk jaar voor jullie tuin alsof die van mij is!”. Ze boden nog wel halfslachtig hun excuses aan, maar leken totaal niet te beseffen hoe erg ik het vond wat ze mijn Sammie hadden aangedaan. “Sorry hoor, we hadden het druk…” zei haar man nog. Wat een slap excuus.
Vertrouwen kapot
Sindsdien heb ik nauwelijks nog contact met de buren, en is mijn vertrouwen in hen is in een klap helemaal weg. Ik laat Sammie nooit meer aan iemand over zonder dat ik zéker weet dat diegene de verantwoordelijkheid serieus neemt. Sammie is gelukkig weer helemaal hersteld. De eerste dagen was ze nog wel wat schrikachtig, maar met wat extra knuffels en aandacht is ze weer de speelse, lieve kat die ik ken. Toch voel ik me nog steeds zo schuldig dat ik haar heb achtergelaten bij mensen die totaal niet naar haar hebben omgekeken.
Wat ik nu anders doe
Ik heb mijn lesje wel geleerd en zal mijn buren nooit meer om hulp vragen. De volgende keer dat ik op vakantie ga, regel ik ruim van tevoren een oppas via een kattenoppasdienst. Er zijn, hoop ik, toch ook betrouwbare mensen te vinden die wel echt van dieren houden? Een vriendin van mij gebruikt al jaren een oppasservice waarbij iemand bij je thuis langskomt en die optie houd ik nu dus maar achter de hand.
Daarnaast heb ik een camera in mijn woonkamer geïnstalleerd. Niet om Sammie in de gaten te houden uit wantrouwen, maar zodat ik haar kan zien als ik weg ben en zo eventueel kan ingrijpen als er iets niet klopt. Sammie is mijn maatje, mijn lieve kleine gezinslid. Ze verdient alle zorg van de wereld, ook als ik er even niet ben. Ik zal haar nooit meer zo teleurstellen.







