Beste pap, lieve Wieke

 

Elke week sturen Wieke (30) en haar vader (72) elkaar een brief. Over de gelijkenissen en de verschillen in het leven. Deze week: waarom je de nare momenten in het leven zo goed onthoudt.

 

Beste pap, vaders, oudeheer, pater familias,

 

Zoals je weet ben ik een aantal maanden geleden dertig geworden. The Big 3-0. Oh, wat vond ik dat oud. Wat vóelde ik me ook oud.

 

Vroeger dacht ik dat je, wanneer je dertig werd, alles wist, had uitgestippeld en vooral echt volwassen was. Dat je een koophuis had, een gezin zelfs misschien. Dat dat niet het geval is, en van het huisje, boompje, beestje ik vooral de kat Pebbles heb, weet jij natuurlijk als de beste. Dat de dertig bereiken dit allemaal ook niet hoeft te betekenen, heb jij me gelukkig ook meegegeven.

 

Maar toch, soms voelt het oud. Wanneer ik denk aan de bijzondere momenten die ik in die drie decennia heb meegemaakt. De momenten waarvan je meteen weet: dit vergeet ik nooit meer. Om de een of andere reden zijn dat bijna altijd de momenten die eigenlijk best naar zijn, nietwaar?

 

Zo weet ik nog heel goed waar ik was op 9/11. En ik ben benieuwd of jij dat ook weet, want ik was namelijk met jou. Op dinsdag speelde ik toen nog steevast bij mijn nichtje en jij kwam me ophalen vanuit je werk. Dat we de tv moesten aandoen daar, want er was iets aan de hand in New York. Stil keken we (ons nichtje, jouw broer – mijn oom en wij) naar de tv. Nou waren wij een jaar daarvoor in New York geweest, dus ik herkende de Twin Towers absoluut, nog uit m’n eigen herinnering ook. Maar de impact die het zou hebben, sterker nog: de aanleiding voor de aanslagen — ik kan me niet herinneren dat ik me daarvan bewust was. Maar ik wist: dit is iets heel groots. En iets heel ergs.

 

Hetzelfde toen Pim Fortuyn werd vermoord. Ik trok de deur dicht en belde aan bij de deur naast ons, want ik ging met ons buurmeisje spelen. ‘Er is net iemand uit de politiek doodgeschoten en ik weet niet wat er is maar het is heftig.’ Nou, heftig was het. Vaak heeft het dus met het overlijden van iemand te maken. In de kroeg zitten, live CNN kijken omdat Michael Jackson vanuit zijn huis werd vervoerd naar het ziekenhuis, levenloos. Broerlief en ik waren (zijn?) groot liefhebber van zijn muziek, altijd geweest. Dus dat was iets, een periode, een soort afsluiting.

 

Misschien is het telkens een stukje onschuld dat je verliest. Bij elk van dit soort gebeurtenissen. Heb jij dat ook, pap? Ik voel me met mijn dertig jaar al oud, maar hoeveel van dit soort momenten heb jij in je 72 levensjaren al meegemaakt? Is er nog wel iets van onschuld over, of vertrouwen in de mensheid? 

 

 

Lieve Wieke, liefste dochter en erfgename,

 

Tja, dertig. Ik ben dus van kort na de oorlog en toen was dertig inderdaad een andere leeftijd. Jij mocht studeren zo lang als je wilde, je verdiende er altijd zelf bij en wij hielpen je financieel. Dat laatste lag echt anders in mijn jeugd. Toen zowel mijn broer, mijn zus als ik studeerden, was dat voor mijn ouders eigenlijk niet op te brengen. Mijn moeder was onderwijzeres, nu wordt er gestaakt uit onvrede over het salaris (die onvrede is terecht), maar toen was het salaris van een juf of meester echt laag. Met de uitkering van mijn vader (hij was oorlogsinvalide) erbij kon een gezin met drie studerende kinderen niet rondkomen. Halverwege mijn studie, na mijn kandidaatsexamen, ging ik dus alvast lesgeven; ook toen was er een groot tekort aan leraren.

 

Nee, er bestond niet iets als een tussenjaar. Had ik dat opgenomen, had ik meteen in dienst gemoeten.

 

En als je een baan hebt op je vierentwintigste, dan gebeuren andere belangrijke zaken zoals samenwonen en kinderen, kortom huisje, boompje, beestje (ja, een poes of kat is altijd onderdeel van ons gezin geweest) ook eerder.

 

De hersenonderzoeker Dick Swaab zegt in zijn bestseller ‘Ons Brein’ dat het een algemeen verschijnsel is dat mensen nare dingen beter onthouden dan leuke zaken. Dan gaat het vooral om dingen in je persoonlijke leven.

 

En ja, jouw voorbeelden herken ik natuurlijk. Maar voor mijn generatie is in dat opzicht nog steeds dé vraag: Waar was jij toen je hoorde dat president Kennedy was vermoord?

 

Ik was zestien, kwam thuis van basketbaltraining waar mijn ouders samen met een bevriend echtpaar dat geen tv had in een grafstemming naar de televisie zaten te kijken. Ik vroeg verbaasd wat er aan de hand was, het antwoord was toen voor mij verpletterend. John Kennedy was in die tijd een held, zeker voor mensen van mijn leeftijd. Hij was de verpersoonlijking van een mogelijke nieuwe menselijker orde.

 

Later werd duidelijk dat zijn opvolger, Lyndon Johnson, uiteindelijk meer bereikte en dat overigens Kennedy in persoonlijk opzicht allesbehalve de heldenstatus verdiende.

 

Ik zat gewoon te werken op dinsdagmiddag, toen een ict-medewerker mij kwam halen. Terwijl hij op zijn computerscherm het eerste vliegtuig en de eerste toren liet zien, kwam het bericht dat een ander vliegtuig de tweede toren binnen was gevlogen. Ik weet dat jij, toen ik je kwam halen erg onder de indruk was, temeer omdat wij het jaar ervoor in New York waren geweest.

 

Pim Fortuyn moest ik jou uitleggen. Je wist dat ik zeker geen fan was van hem. Maar een politicus vermoorden, in Nederland, daar was ik diep van onder de indruk, zeker ook vanwege het besef dat de nasleep van deze moord weleens zeer ernstig zou kunnen zijn. Je was twaalf maar kon mijn verhaal heel goed volgen.

 

Ook bij mij staan deze gebeurtenissen in het geheugen gegrift; daarnaast gelukkig ook andere, leukere bijzonderheden zoals bijvoorbeeld jouw geboorte. Niet het einde van een periode maar het begin.

 

Je vader