Mooi geen fooi

 

Wieke: Dat was natuurlijk niet netjes wat ik daar zei, maar hij vroeg er gewoon om. Ja toch?

 

Tijdens ons laatste verlof gingen mijn man en ik eten in een sjiek restaurant. Lekker buiten, tijdens zo’n zwoele lenteavond. Nog even hiervan profiteren voordat we teruggingen naar de rimboe. De prijzen in dat restaurant waren ook sjiek. En de meneer die ons bediende eveneens. Het type ‘ik kom zo bij u’ en dan niet komen. Het type met wie oogcontact onmogelijk is. Het type dat doet alsof het bestellen van huiswijn iets is waarvoor de enige passende straf de bajes is. Het type ‘ik ben niet de eigenaar, maar wel bijna’.

 

Ik wilde een ander tafeltje, omdat het gezelschap naast ons de ene sigaret na de andere zat te roken.  ‘Ik heb alleen een tafeltje binnen voor u’, zei de ober. ‘En dat tafeltje dan?’ Ik wees naar een plek onder een boom. Afgemeten: ‘die tafel is gereserveerd.’ Naar binnen dan maar. Na een half uur kwam hij de bestelling opnemen, in de haast-modus. Aspergesoep en daarna zeewolf. Hij wilde al weglopen. ‘Ho ho,’ zei mijn man, ‘mogen we iets te drinken bestellen?’
‘Wat mag dat zijn?’ Alweer dat afgemeten toontje.
‘Twee glazen Chardonnay en een karaf water.’ 
‘Wij serveren uitsluitend water per fles.’ 
‘Maar wij willen kraanwater en er is een wet waarin staat dat…’ begon ik, maar ik kreeg een trap onder tafel. De Chardonnay ging ook per fles, niet per glas. We moesten nog rijden, maar vooruit. 

 

Het water kwam in een hippe blauwe fles.  De soep was lauw en de zeewolf niet gaar. Die stuurden we terug. Het smoelwerk van die man! Mijn mes viel op de grond. Ik pakte het op, want hé, wie woont er hier in Afrika? Valt er een chipje op de grond, dan eet ik dat gewoon op. Toen kwam hij ineens dat mes afpakken. En dat zag ik niet meer terug. Dus stond ik op en pakte een mes van een ander tafeltje. Wat zegt hij? ‘Het is niet gebruikelijk dat de gasten zich bemoeien met het bestek!’ Heilige rook! Hij had de opnieuw gegaarde zeewolf bij zich. Eindelijk.

 

‘Dat is niet gebruikelijk,’ zei de man. ‘Laat ik daar nu schijt aan hebben?’ zei ik

 

‘Wenst u nog een dessert?’ vroeg hij later. ‘Nee, de rekening graag,’ zei mijn man. Die loog er niet om. Er stond vier maal zeewolf op. Voordat dit was rechtgezet waren we weer een kwartier verder.  Het wisselgeld kwam terug en hij bleef wachten. Wij staken alles in onze zak en ik greep nog even de meer dan halfvolle fles Chardonnay mee. ‘Dat is niet gebruikelijk,’ zei de man. ‘Laat ik daar nu schijt aan hebben?’ zei ik. Dat vond mijn man niet netjes.  Nee, maar die vent vroeg erom.

 

 

Het tafeltje onder de boom? Daar zat de hele avond niemand. Het moge duidelijk zijn, géén fooi. En waarom moet dat eigenlijk als je een normaal salaris krijgt en als op de rekening staat dat de bediening inclusief is?

 

PS: De foto komt uit Zambia, waar het altijd vriendelijke horecapersoneel schunnige salarissen krijgt en een fooi van ons.

 

  

Wieke Biesheuvel is columnist bij Libelle, schrijft boeken, woont in Zambia en helpt de plaatselijke bevolking met medewerking van haar vriendinnen hier aan waterputten.