WIEKE DENKT DAT ZE EEN ROZE BAVIAAN IS

 

Geen paashazen, geen eieren en geen lente

 

Het werd hier dus drie keer niks met die Paashazen. Eerst kreeg ik spit. Dacht ik. Daarna schoof de pijn naar de linkerkant van mijn lichaam. Altijd al wat op links gericht geweest, vermoed ik. Man bood een rug massage aan. Daar zeg ik nooit ‘nee’ tegen, maar bij de eerste aanraking gilde ik het uit en hij schrok zich te pletter. De naam van de kwaal zegt het al: gordelroos. Overal op links rode uitslag. Van ruggegraat via de oksel naar linkerborst. Brandende pijn. Vergelijkbaar met de pijn die ik had toen ik drie jaar geleden in de bush werd gebeten door een schorpioen. Toen dacht ik: laat mij maar hemelen, dit is te erg. Zo ook nu. Paracetamol deed nul komma niks.

 

Ik belde de huisarts. Die krijg je deze dagen niet zomaar aan de telefoon. Ik drukte op 1 van het keuzemenu, omdat ik het spoed vond, maar de assistente vond dat niet. Corona, dat was pas spoed. De dokter zou me die middag pas terugbellen. Ze had nog een telefoonmoment om vier uur. Dat leek me een eeuwigheid om door te komen. Maar die schat van een dokter belde me al na een uurtje. Constateerde eveneens dat het om gordelroos ging en schreef tramadol voor.

 

 

 

Het hielp. Maar ik leefde van pilmoment naar pilmoment: wanneer mag ik er in vredesnaam weer eentje? Als een drugsverslaafde lag ik in bed en door die pillen kreeg ik een heel ander leven. Ik zag roze bavianen voorbijkomen en zelf was ik ineens ook een roze baviaan. Ik zag Man aan mijn bed staan met de bloeddrukmeter, orerend dat mijn bloeddruk zo laag was dat hij de ambulance had gebeld. ‘Wat deed jij nou met die bloeddrukmeter vannacht?’ Informeerde ik ’s ochtends, op z’n wazigst. ‘Wij hebben niet eens een bloeddrukmeter’ zei hij. De volgende dagen lag ik comateus te zijn, terwijl buiten de lente losbarstte. Zelfs videobellen was niet aan me besteed. Wat wel een heel prettige bonus was: de kilo’s smolten weg. Zomaar, vier stuks, in zes dagen op rij. Ik at niks, want ik lustte niks. Nog steeds niet eigenlijk.

 

 

Toen stroomden de goede gaven binnen en daar knap je zo van op: een geknutselde kaart van kleinzoon Mees, die de volgende tekst dicteerde aan zijn moeder: ‘Lieve oma en opa, lieve politie, lieve brandweer…’ Omdat op de voorkant een politieboot is geplakt met een waterspuit. In een kleuterbrein is zoiets heel logisch. Een enorme doos met tulpen via Pluukz (aanrader, dozen vol tulpen tegen kostprijs, kun je ook samen met de hele straat doen) van de ene vriendin, en een schitterende bos van een andere vriendin. Een bord met stukken appeltaart van de buurvrouw. Man gisteravond: ‘waar heb je nu echt zin in?’ Nou, in een zak patat. Hij ging ze halen. Liefde = frieten halen voor je zieke vrouw. Terwijl ik de helft liet staan. En liefde is ook dat ik nu niet meer moet zeiken, want voor hem is het dodelijk saai, alleen in huis met een vrouw die roze bavianen ziet en bloeddrukmeters die er nooit zijn geweest. Wat liefde ook is? Als ik net heb gezegd dat ik geen bh kan velen? Dat hij dan zegt: ‘Nou schat, ik zie geen verschil hoor!’

 

 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel