Vroeger paste ze wel eens op mijn dochter. Een bloedmooi tienermeisje met een goed stel hersens, goede manieren, liefhebbende ouders. Nu is ze een vijftiger en zelf moeder van twee meiden. Mijn dochter was haar laatst tegengekomen op de socials. Ze was geschrokken van de foto’s die haar oude oppas daar post. Ik volgde mijn dochters voorbeeld en ging op zoek. Mijn dochter wees me erop dat ik mijn hand voor mijn mond had geslagen, toen ik de beelden zat te bekijken. Het was een uiting van ontsteltenis.
Wat was er gebeurd met dat mooie meisje van toen? Waar was ze gebleven? Wat had ze gedaan? Wat was er mis gegaan? En was ze dit echt? Want wat ik hier zag was een bijna mismaakt gezicht met veel te grote lippen, een onnatuurlijk strak en glimmend voorhoofd, jukbeenderen die veel te ver uit leken te steken en onregelmatigheden van het teveel aan prikken rond haar mond.
‘Hoezo?’ vroeg ik mijn dochter.
‘Omdat ze het mooi vind lijkt me. Anders post ze dit toch niet?’
De gefilterde perfectie die ons bij voortduring overal wordt voorgeschoteld maakt dat de norm langzaam maar zeker verschuift naar een onrealistisch – en vaak ook onhaalbaar -schoonheidsbeeld waar geen plek meer is voor imperfecties – wat dat dan ook mogen zijn. De cosmetische industrie werkt hier gretig aan mee en verdient zich kleurenblind aan de onzekerheden die ons hierdoor worden aangepraat. We worden opgehitst om onszelf te verbeteren in plaats van onszelf te accepteren zoals we zijn en in sommige vriendengroepen – of subculturen – is het standaard om fillers, lipvergroting of andere ingrepen te laten doen. Daarbij komt dat waar plastische chirurgie vroeger een grote stap was, veel behandelingen nu relatief snel, betaalbaar en weinig pijnlijk zijn geworden – wat de drempel verlaagt.
Vriendin I., inmiddels een goeie zestiger, stoorde zich aan de fronsrimpel tussen haar wenkbrauwen omdat ze constant moest uitleggen dat ze heus niet boos was en dat dat alleen maar zo leek vanwege die frons. Na de botoxbehandeling die dit verhielp opperde haar arts om eenzelfde ingreep toe te passen op de lijnen die parallel aan haar mond liepen. Ze zou er jonger uit gaan zien als die ook behandeld werden. I. twijfelde, stemde uiteindelijk toe en kreeg tot slot spijt. Ze leek nu weliswaar niet meer boos, maar als ze lachte leek ze op een boer met kiespijn.
Na heel lang aarzelen heb ik onlangs mijn wenkbrauwen laten tatoeëren en ik kan alleen maar zeggen dat ik dat eerder had moeten doen, zo blij ben ik met het resultaat. Na de tweede behandeling drukte de schoonheidsspecialiste een foldertje in mijn handen over een behandeling met hyaluronzuur-injecties. Ze had de behandeling zelf ondergaan en stond versteld van het resultaat. Dus als ik iets aan mijn steeds rommeliger wordende kaaklijn wilde doen, was dit het overwegen waard.
Sindsdien wik en weeg ik over hyaluronzuur. Aan de ene kant wil ik wel. Al is er ook een stemmetje in mijn achterhoofd dat zich afvraagt wat er daarna dan komt. Want het bloedmooie tienermeisje dat vroeger bij me oppaste heeft vast ook niet alles tegelijk laten doen. Maar toen ze eenmaal overstag was, kwam van het een het ander. Net zo lang totdat ik verschrikt mijn hand voor mijn mond sloeg bij het zien van de foto’s waar ze zelf ongetwijfeld zeer mee in haar nopjes is.







