Toch klaag ik niet

 

Of ik een minuutje kan wachten. Door de glazen strook naast de deur van het kantoortje van meester Ad zie ik een bos blonde krullen. Een andere moeder is me voor. Geen probleem. Ik houd van wachten.

 

Even niets hoeven. Om me heen kijken. In het moment zijn. Dat lukt me niet zo vaak, en de komende dagen waarschijnlijk helemaal niet want ik ben aangemonsterd bij de avondvierdaagsecommissie. Hence, het bezoek aan meester Ad. Even wat punten op ‘i’ zetten. Maar nu kuier ik even zonder doel door de gang.

 

Ik hoor stemmen. Die van kinderen en de lage bas van de leukste meester van groep acht. Die waar je terechtkomt als je kind een stevige leider nodig heeft. Gelukkig zitten er in de klas van ons middelste meisje een paar lefgozers in wording dus dat ticket lijkt me geboekt. De stemmen slepen me de hoek om. Ik zie een berg Adidasjes voor de gymzaal, hoor een lied. De eindmusical. Natuurlijk.

 

Er komt een meisje uit de wc, ik herken haar meteen. Flo zat bij haar in de klas. Ze heeft nog bij ons gespeeld. Bij mijn eerste date was ik minder zenuwachtig. Zouden ze het leuk hebben? Zou het meisje het volhouden? Zou ze er nu achter komen dat Flo anders was? Zou ze hierna nog eens komen spelen? Moest ik misschien bemiddelen? Iets met ze gaan doen? Zodat het contrast minder groot leek?

 

Het meisje groet me zoals bijna alle meisjes uit haar klas van toen me begroeten. Hun ogen net iets langer bij de mijne. Alsof ze elke keer ‘we weten het nog, we vergeten haar niet’ zeggen.

 

Ik vraag haar naar welke middelbare school ze straks zal gaan. Ze antwoordt. Ik ken de school. Mijn man ging er ook heen. Toen we ons huis kochten, had de makelaar het nog gezegd. Dat er zoveel middelbare scholen waren. Allemaal goed en allemaal in de buurt. Ik denk aan mijn meisje. Aan het gesprek dat we laatst met haar leidster hadden. Dat we zo blij waren met haar vaste leidsters en haar kleine groep. En hoelang ze nou eigenlijk bij haar mocht blijven. Tot haar achttiende, had de juf gezegd, dus voorlopig geen gedoe.

 

De deur zwaait open. Ik ga naar binnen. Mijn lijstje hebben we snel afgevinkt. Dan gaat meester Ad iets naar achteren zitten. Armen over elkaar, zijn ogen zo geconcentreerd op die van mij dat, al zouden er zeven moeders achter de glazen strook staan jumping jacken, hij zich er niet door zou laten afleiden. Hoe het ging. Of ik niet te druk was. En hoe het met de oudste was.

 

Dat het goed was. Dat ze gelukkig is. Tevreden. En wij ook. Natuurlijk is het geen gemakkelijke rit. Maar om Sheryl Sandberg te citeren: Life is never perfect. Everybody always lives some kind of Option B. Als dit mijn Option B is, dan klaag ik niet.

 

Dan vertelt hij. Zijn jongste gaat na de zomer naar de middelbare. De route hebben ze alvast gefietst. Ik denk aan mijn vriendin D. Haar dochter is net zo oud als mijn meisje. Eind augustus fietst ze van Amstelveen naar hartje Amsterdam. Mijn vriendin huilde zo hard toen ze de school hadden bezocht. Haar meisje, naar Amsterdam. Bezorgdheid en trots vochten om een eerste plek.

 

Ik breng Flo de komende zeven jaar ’s ochtends met mijn autootje naar ‘De nieuwe Wollewei’. En ’s middags wordt ze met de bus thuisgebracht, samen met haar groepsgenootjes. Heus had ik haar stemmetje graag gehoord in het musicalgeweld, maar toch, toch is het goed. Dat grote loslaten, dat blijft mij maar even mooi bespaard.

 

Door: May-Britt Mobach

Fotografie: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter

Afbeelding van May-Britt Mobach