Tineke kan niet multitasken

 

Ik moet het gewoon maar eens toegeven: ik ben niet zo’n geduldig typetje.

 

Zo, dat is eruit! Ik heb namelijk altijd haast, en op iets of iemand moeten wachten is niet mijn sterkste kant. Toch doe ik het wel eerlijk, want ik sta ook mezelf niet toe om te trutten. “Trutten” doe je pas als alles klaar is. Toch?

 

Maar klaar, dat is het natuurlijk nooit. Er is altijd wel iets te doen. En ik doe dan ook meestal meerdere dingen tegelijk en het liefst tussen twee dingen door. Zelfs yoga, meditatie en mindfulness doe ik vaak tussendoor. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dat zelf ook wel wat ver vind gaan.

 

Zeker als dat gedrag dan ook nog eens schade oplevert, zoals het laatst deed. Het was zo’n ochtend met een lunchafspraak in het verschiet, terwijl ik eerst nog een berg van twaalf meter strijkgoed wilde wegwerken. Ik wilde de boodschappen nog doen, nog een column herschrijven, en eigenlijk ook nog even een muurtje witten voor ik zou vertrekken.
Dat kan. Maar dan moet je niet ook nog even tussendoor je haar willen verven.

 

Ja, dat doe ik ook zelf omdat ik ook voor de kapper niet echt veel geduld heb. Ik word gek van dat gehannes met kopjes koffie, damesbladen, wachten, het weerbericht, lekkere smeerseltjes, en tegenwoordig zelfs een wijntje toe. Dat vind ik eigenlijk net zoiets als een permanentje halen in de kroeg, of je strijkwerk meenemen naar het theater.
Hoewel ik wel degelijk van “alles tegelijk” ben, heb ik blijkbaar toch mijn grenzen!

 

Ik ben daarom ooit begonnen met mijn dochter thuis mijn haar te laten verven. Ik zette dan alles klaar, ging zitten, riep het kind, en dat kind startte dan steevast met de vraag: ‘Zo… lekker dagje vrij vandaag?’
 Jaah, mijn dochter is minstens zo lollig als ik!
Maar sinds zij min of meer de deur uit is, moet ik de grijze slapen dus zelf bijwerken. Tijd-technisch best handig, want ik vraag mezelf natuurlijk niet of ik vrij ben, wat voor werk ik doe, en hoe ik het weer vandaag vind. En al helemáál niet of ik volgend weekend de was mag meenemen en de auto mag lenen. Handig toch?

 

Of, nou ja… handig??

 

Je moet die natuurlijke blondheid dan wel zelf blind (want zonder bril) aanbrengen met zo’n tuutje op een flesje. Terwijl je tegelijkertijd moet opletten dat je het niet op je oren en je voorhoofd smeert. En dat is een stuk lastiger dan dat je het met een kwastje bij een ander aanbrengt, en ondertussen over het weer babbelt. En knijpen in zo’n flesje met een tuutje, en tegelijkertijd ook nog goed richten, dat is blijkbaar helemaal moeilijk! Ik zag dan ook veel te laat dat ik ook nog de wastafel en de voegen tussen de tegels had geverfd.

 

En omdat ik vóór het verven nog even snel mijn witte vest bij de stomerij had opgehaald – en dat ná het insoppen van mijn haar, in dat half uurtje wachten, mooi even kon uitpakken en opruimen – zag ik ook dat het op de vloer van de kast nogal een zootje was. Ik kon dat dus net zo goed meteen even opruimen, dacht ik praktisch! En ik dook op mijn knieën de kast in om dat gelijk maar even te doen.

 

Maar dan moet je dus niet met je ingezeepte hoofd tegen je zojuist gestoomde vest en je woest-dure blauwe colbert gaan aanhangen. Want daarvan krijg je dus bordeauxrode (tot pimpelpaarse) vlekken die er nooit meer uitgaan.

 

Had ik dus net zo goed een Bordeauxtje in de kroeg kunnen gaan drinken, en daar dan meteen mijn haar laten verven. Was een stuk relaxter geweest. En veel en veel goedkoper.

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke