Mensen die agressief zijn in het verkeer – vaak om niets – ergeren mij mateloos. Maar onlangs was ik het. Ik woon buitenaf, wat betekent dat ik voor boodschappen de auto moet pakken. Ik reed de route die ik altijd rijd, maar had er niet aan gedacht dat de doorgaande weg van mijn dorp naar het andere, grotere (winkel)dorp die week afgesloten zou zijn. Vanwege gemeentelijke werkzaamheden. Geërgerd door mijn eigen niet-nadenken keerde ik mijn auto en nam de sluiproute.
Net als vele mede-automobilisten uit mijn gehucht. Deze B-weg, slingerend door bos en weilanden, valt midden in een toeristisch gebied, waar bijna alleen maar wordt gefietst. Nu was het een drukte van belang. Logisch en allemaal niet erg.
Stopteken
Ware het niet dat, toen ik daar reed, ik moest stoppen. Voor een hoogwerker, ook van de gemeente, met daarin mannen die druk bezig waren de dode takken uit de bomen te zagen. Midden op de weg. Ik werd vermaand om te stoppen. Hoewel dat teken overbodig was, want ik zag zelf ook wel in dat er niet veel anders op zat.
De enige route
Het zou wel niet lang duren. Dacht ik. Immers, het was de enige route richting het grotere dorp en de rij auto’s achter me zou de boomsnoeiers heus wel opvallen. Dat leek er ook op, want weldra ging de bak omlaag. Ik ging ervan uit dat het apparaat even het naastgelegen boerenerf op zou rijden om de weg vrij te maken.
Geduld op
Maar wat schetste mijn verbazing? De hoogwerker reed langzaam naar de volgende serie bomen. Daar werd doodgemoedereerd verder gesnoeid. Dit kon niet waar zijn! Achter me begonnen auto’s te claxonneren en ondertussen raakte mijn geduld ook op. Dus stapte ik uit en liep met een kop die boekdelen sprak richting een van de knapen die op de grond stond om het snoeihout in een laadbak te werpen.
Gestrest
‘Ich nicht verstehe,’ was zijn antwoord, op zijn Duits-Pools. Tjezus! Ik gebaarde nogmaals richting de rij achter mijn auto. Een jongedame was ook uitgestapt. Ze droeg een werktenue van de thuiszorg en gaf aan dat een cliënt dringend op haar hulp zat te wachten.
‘Dit kan toch niet?’ zei ze – terecht – gestrest.
‘Moet jij opletten,’ brieste ik en stevende op de machinist af, die fijn in zijn cabine een shaggie zat te rollen.
‘Wat dacht je ervan, vriend?’ vroeg ik hem.
Hij verstond me wél, maar haalde zijn schouders op. Het zou hooguit nog tien minuten duren. Of ik ff wat relaxter kon doen.
Doen? Doén?
Knap hysterisch
‘Wat jij moet doen, is nu heel rap dat kreng van de weg halen!’ Ik wees hem naar het boerenerf waar voldoende ruimte was.
Hij vond me knap hysterisch, maar niettemin maakte het toch indruk. De bak ging omlaag, de hoogwerker werd verplaatst en de rij auto’s zette zich in beweging.
Liggen slapen
Thuisgekomen klom ik in de telefoon. Want dat dit voorval laks werd ontvangen door de uitvoerende boomsnoeiers, dat getuigde al niet bepaald van gezond verstand. Maar als een stel ambtenaren bedenkt om de enige alternatieve route in diezelfde week ook te blokkeren, dan wordt er toch echt geslapen.
Ze waren het nog met me eens ook.
Ik wenste ze een vooral rustige voortzetting van de dag en veel voortschrijdend inzicht. Daarmee hing ik op.








