‘Ik ben een kind uit de zeventiger jaren. Van ouders die in de zeventiger jaren nog hartstikke jong en hartstikke hippie waren.’

 

 

‘Met de echtelijke trouw nam niemand het in die tijd al te nauw. Althans niet in de kringen waarin mijn ouders verkeerden. Iedereen rookte, blowde en zoop als een bootwerker, en feestjes waren ongeveer aan de orde van de dag. Oud en nieuw werd sowieso altijd uitbundig gevierd. Steeds bij een ander thuis en, zolang wij kinderen nog niet de leeftijd hadden om zonder ouders op pad te gaan, met alle kinderen erbij. Toen ik nog kleiner was vond ik dat het einde. Oliebollen, limonade, wafels en chips, spelletjes doen en stiekem van de drank van de grote mensen proeven.

 

Maar rond mijn achtste kwamen de eerste barsten in het huwelijk van mijn ouders. Mijn vader vond die sleutelclubs met telkens een andere vrouw mee naar huis en mee naar bed meer dan een goed idee, mijn moeder kreeg er steeds meer moeite mee. Of ze jaloers was durf ik niet te zeggen. Al zou ik me dat goed voor kunnen stellen. Want mijn man nu te moeten delen met al mijn vriendinnen en kennissen lijkt me je reinste nachtmerrie.

 

Waar de feestjes eerst ook voor ons kinderen een feest waren, veranderde dat stilaan in een onveilige en grimmige sfeer als mijn ouders ’s nachts begonnen met ruziemaken en elkaar de meest afschuwelijke dingen toewensten. Mijn moeder schold mijn vader uit voor hoerenloper en mijn vader verweet mijn moeder dat ze een slechte moeder was omdat ze zichzelf het allerbelangrijkste vond. Het allerergste vond ik dat het in die nachten leek alsof ik er niet eens was. Ik lag met mijn oren dicht onder de dekens te wachten tot het over was en niemand die ooit bedacht om even bij me te komen kijken.

 

Het was met een oud en nieuw dat de bom barstte. Het feest was bij ons geweest. Het huis was een puinhoop van uitpuilende asbakken, lege flessen, omgevallen kaarsen, vieze vaat en etensresten en het liep tegen de ochtend dat de laatste gast wegging. En toen begon het. Ik smeerde ‘m meteen naar mijn kamer, maar aan de uitbarsting die kwam viel niet te ontsnappen. Het begon met het gebruikelijke geschreeuw, de verwijten werden platter en platter en toen hoorde ik een dreun en werd het ijselijk stil. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat het nu over was met de ruzie en dat alles weer goed was. Diep in mijn hart wist ik dat het tegenovergestelde waar was.

 

Toen ik eindelijk uit bed durfde te stappen en naar beneden ging om te kijken wat er loos was, zag ik mijn moeder op de grond liggen. Ze was bewusteloos en bloedde als een rund. Mijn vader zat alleen maar met zijn handen in zijn haar op de bank heen en weer te wiegen. Ik begon te gillen dat hij een ambulance moest bellen. Die had niet veel later moeten komen. Mijn moeder heeft bijna een week in het ziekenhuis gelegen en toen ze thuiskwam trok mijn vader uit.

 

Elke oud en nieuw tel ik in gedachten hoelang deze ramp nu geleden is. Dit jaar is het 47 jaar terug. En nog steeds kan mijn maag ervan draaien.’

 

Marie-Jeannes naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.