songfestivalfeest
songfestivalfeest

Of je even uit mijn aura kunt blijven

 

Bij het eerste glas chardonnay wordt de afstand een beetje kleiner, onder glas vier schurkt het tegen gevaarlijk dichtbij, tot de persoon in kwestie mijn aura begint te invade-en. Zo voelt het.

 

Hoe moet ik het zeggen? Mijn persoonlijke ruimte is… persoonlijk. Ik ben rond mijn twaalfde gestopt met kroelen, tot groot verdriet van mijn moeder, en elk jaar werd mijn aura een stukje groter. Huggen en afronden met één kus is in Amsterdam de nieuwe handdruk, dus daar ben ik inmiddels aan gewend, maar verder hou ik van afstand. Heeft niks met jou te maken, maar alles met mij. Ik duld maar weinig mensen in mijn aura, niet te verwarren met de gekleurde variant die je schijnbaar kunt zien. Ik heb het hier gewoon over de gevoelsmatige ruimte die ik nodig heb.

 

Je aura a.k.a. de persoonlijke ruimte zorgt nog weleens voor wrijving. Bij mij betreft dit vooral de wrijving van een ander aura in het mijne, maar dit kan ook andersom zijn. De aura schijnt een soort territorium te zijn, eigenlijk gaat het hier dus gewoon om mijn territoriumdrift. Alsof ik allemaal kleine plasjes om mezelf heen doe, om te zorgen dat iedereen daar maar een beetje uitblijft. Ieder mensen heeft een draagbaar territorium. Klinkt geinig, alsof je niet alleen je jeans aantrekt ’s morgens, maar ook je aura.

 

Een vage kennis die staat te hannesen in jouw draagbare territorium is irritant maar volstrekt normaal, want we hebben in de basis twee duidelijke behoeften: afzondering en gezelschap. Daarnaast is de één vaak introvert en de ander extravert. Bij allebei krijg je te maken met de aura’s. Maar, ook grappig, afstand geeft meer informatie. Je kunt iemand beter lezen en dit vervaagt als diegene dichterbij komt, waardoor je het minder goed ziet. Het gaat om je perceptie en het geeft een gevoel van controle, omdat je alles beter kunt overzien.

 

Om negen uur ’s ochtends was ik op het strand. Ik trok mijn hammamdoek over een strandbed, gooide mijn tas in het zand en vertrok voor wat baantjes in de Egeïsche zee. Na mijn ochtendgymnastiek stond ik mezelf tussen de strandbedden af te drogen. Die, even voor de duidelijkheid, allemaal leeg waren. Komt er uitgerekend een man pal op het strandbed achter me liggen. Maar waarom?

 

 

Hoe dan? Hoezoooo, wilde ik naar hem schreeuwen. Je hebt hier zesendertig lege bedden over een afstand van zo’n 100 meter. Wáárom, monsieur? Twee uur later was elk bedje bezet, maar daar ging het toen niet om. Ook dit schijnt te maken te hebben met mijn behoefte aan space. Kiest iemand een plaats dichtbij je,  dan voelt het alsof die persoon inbreekt. Nou, en of er ingebroken werd bij mijn strandbed en parasol. Nonde…

 

Ik vond zelfs een tabel, waarbij in duidelijke centimeters staat wat normaal is. Zo is nul tot vijftien exclusief voor je intimi, heb je het bij 15 tot 45 centimeters over erg goede vrienden en is 45 tot 75 centimeter voorbehouden aan mensen die we graag mogen en goed kennen. Alles vanaf een meter is onbekend en afstandelijk. Maar het heeft ook alles te maken met de hoek, want als je naast me zit vind ik het op 30 centimeter echt prima en gezellig maar sta je 30 centimeter tegenover me te praten, dan bestaat de kans dat ik even een stapje opzij doe. Richting bar of uitgang. Hmm, misschien toch even aan de strandjuffrouw vragen of ze die bedden een beetje uit elkaar kan schuiven volgende keer.

 

 

 

Bron: FD

 

Door: Adeline Mans

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Adeline Mans