Oervriend

 

Het was zover: de oervriend en zijn vriendin kwamen bij ons eten en wij zouden ‘het’ gaan vertellen. 

 

 

 

Negen jaar geleden leerden wij onze makelaar kennen. Hij schafte toen, voor eigen rekening, alvast een livebox aan zodat we internet en telefoon in ons klushuis hadden. Hij zorgde ervoor dat we werden aangesloten bij de EDF en hij bracht ons in contact met een Franse klusjesman en elektricien. Hij nodigde ons bij hem thuis uit wanneer hij vrienden op bezoek had zodat wij andere mensen uit de streek leerden kennen. We mochten in zijn gîte logeren als wij aan het klussen waren. Hij nam ons mee naar de markt in Cazals en stelde ons voor aan het clubje mensen dat daar elke zondagochtend een wijntje, pardon, een kop koffie drinkt. Hij nam ons mee naar Woodstuque, een privé muziekfestijn waar hij met zijn band optrad, want hij zingt en speelt niet onverdienstelijk gitaar. Kortom, hij liet ons kennismaken met het leven hier op het platteland. En zo werd onze makelaar onze eerste echte vriend hier in Frankrijk. 

 

En nu was het moment dat wij onze moeilijke beslissing met hem gingen delen.

 

’We willen het huis verkopen’, zei ik. 

 

Ik voelde me een beetje beschaamd. Alsof ik tegen mijn ouders zei: ik ben gestopt met school, ik rook al maanden, ik ben zwanger en ik ga morgen in een kraakpand wonen. En net zoals iedere liefdevolle ouder keek de oervriend er niet vreemd van op. Hij had al zo’n vermoeden, we hadden de afgelopen tijd blijkbaar al wat signalen afgegeven. 

 

Aan het eind van weer een heerlijk lange zomer in de Dordogne ben ik altijd wat sentimenteel en deze zomer is het erger dan anders. Want misschien is dit wel onze laatste zomer in dit huis. Misschien zitten we voor de laatste keer met vrienden op het terras, misschien is het de laatste keer dat ik de was ophang, misschien is het de laatste zondagmiddaglunch bij ons favoriete restaurant, misschien…

 

Dus heb ik deze laatste dagen elke ochtend extra genoten van het uitzicht vanaf het terras, ben ik iets langer in de hangmat blijven liggen zodat ik naar het huis en de tuin kon kijken, loop ik met nog meer plezier door alle kamers en sproei ik de tuin met volle aandacht voor alles wat er groeit en bloeit. De late-avond-potjes backgammon met Ed op het terras (hij staat voor met 57 – 38, merde) zijn misschien wel de laatste potjes die we hier spelen en ‘s avonds kijk ik nog eens goed rond in onze fijne slaapkamer.

 

De vriendin van de oervriend liet er geen gras over groeien en appte twee dagen na ons etentje of ze foto’s kon komen maken voor de site. 

 

We liepen die dag met z’n vieren door het huis. Ik keek rond en zag het huis zoals het er negen jaar geleden uitzag: het toilet met het bruine bloemetjesbehang werd een tweede badkamer voor de gasten. De kleine, afgesloten keuken die van boven tot onder volgeplakt was met oranje zeil, werd een frisse, open eetkeuken. De oude houten schouw waar een vreemd jaren-70-zitje in was geknutseld, werd in ere hersteld met een stoere houtkachel. 

 

Wat al die tijd is gebleven, is de sfeer. Die zit nog volop in het huis, in de mooie, oude houten trap, de krakende vloer op de eerste verdieping, de originele kamerdeuren, de indeling van de tuin zoals monsieur Vinette het had bedacht en de dubbele voordeuren omdat het huis ooit een winkel was. De oude kruidenierswinkel van toen is, al zeg ik het zelf, veranderd in een warm, gezellig woonhuis. 

 

De Française die ons huis heeft gekocht, wordt straks niet alleen eigenaar van een heerlijk ruim huis met een prachtige tuin, misschien krijgt zij er ook een nieuwe ‘oervriend’ bij. 

 

Mazzelaar.

 

Door: Asjha van den Akker