mag ik even alarm slaan tegen al die alarmen?

 

Want wat doet een alarm nog met mensen? Er zijn zoveel alarmen – vóór of tegen iets – dat het de meesten al niet meer lijkt te raken wanneer er eentje afgaat.

 

Er schijnen steeds vaker lachgasballonnen te worden gebruikt door mensen in het verkeer. Op feestjes rukt men (nu eindelijk) geen vat wijn meer open, maar daarvoor in de plaats laat men nu wel een vat lachgas bezorgen, en stapt men ook dáárna evengoed ‘lachend’ weer in de auto.

 

En omdat het (nog) niet verboden is, gebruiken mensen het ook in de auto zelf. Gewoon achter het stuur lurken ze eraan! Daarom slaat Veilig Verkeer Nederland nu alarm en komt die met een voorlichtingscampagne. Voordat zo’n wet erdoor is, zijn er weer veel te veel doden gevallen en dus probeert men het eerst nog maar weer met campagnes.

 

Maar heeft dat eigenlijk nog zin? Oftewel: mag ik even alarm slaan tegen al die alarmen?

 

Want wat doet een alarm nog met mensen? Er zijn zoveel alarmen – vóór of tegen iets – dat het de meesten al niet meer lijkt te raken wanneer er eentje afgaat.

 

Om te beginnen met een weeralarm. We lachen erom tegenwoordig. Maar ook een autoalarm dat afgaat betekent voor velen niet meer dat er een auto wordt gestolen (waar het volgens mij voor uitgevonden was) – of dat mensen last hebben van de takkeherrie van jouw auto – maar, nee, zucht, het betekent dat je verdorie alwéér naar buiten moet om dat kreng (dat voor niks afgaat) uit te zetten.

 

Als het alarm aan mijn huis gaat loeien, is het eerste wat ik denk dat er iemand ongeoorloofd in mijn tuin rondbanjert. En dan noemen sommigen mij paniekerig, terwijl dat volgens mij nou juist het doel was van dat signaal. Om mijn aandacht te vestigen op naderend onheil en dus een volkomen natuurlijke reactie op te wekken, namelijk vluchten of vechten.

 

Anders had ik het niet hoeven aanschaffen. Toch?

 

Ik kan mij dus ook heel erg verbazen over mensen die niet aan de kant gaan voor brandweerwagens en ambulances met zwaailichten en sirenes. Die mensen lijken op zo’n moment eerder te denken aan een ludiek huwelijksaanzoek dan aan gevaar voor zichzelf of voor anderen. En dat zijn (denk ik) ook die figuren die het hele jaar door vuurwerk afsteken, en bij een schietpartij dan denken: ohhhw… Ik dacht dat het vuurwerk was. Dat er iemand jarig was ofzo.

 

 

We doen aan één kant dus of de wereld bol staat van de dreigingen, maar leven aan de andere kant juist of er geen enkel gevaar meer dreigt. We wanen onszelf zo onschendbaar dat we gewoon met verdovende middelen op achter het stuur kruipen. We appen op de fiets en rijden auto zonder hersens. En dat gaat heel slecht samen, die twee.

 

Die boom gaat wel aan de kant, lijken sommigen te denken. En die andere weggebruikers, die boeien me niet. Maar ik denk dus niet zo. Ik sla op tilt van al die alarmen en waarschuwingscampagnes. Niet omdat ik ook weleens achter het stuur kruip met een ballonnetje, maar omdat ik de weg niet meer op durf als zoveel anderen dit dus wel blijken te doen. De campagne jaagt dus eerder mij van de weg dan die idioten die zich toch al nergens iets van aantrokken.

 

En met mij al die andere (nog nét) normale mensen die rekening willen houden met hun medemens, de natuur en het milieu. Die alert reageren na een alarmsignaal, omdat dat een natuurlijke reacties is, en wij niet ‘van de wereld zijn’ door allerlei rotzooi. Die oplettend zijn om erger te voorkomen, maar eigenlijk nu alleen maar angstiger en op hun hoede gaan leven door al die signalen.  

 

En of dát nou de bedoeling is van al die voorlichting? Ik vraag het me af.

 

Maar ja, wat moeten we anders? Je kan er wel om lachen, maar voor je het weet gaat de politie dan op zoek naar slagroomspuiten in je dashboardkastje.

 

Rare wereld maken we ervan, hoor.

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke