‘Hij was dood en ik kon niet eens afscheid nemen.’

 

 

‘Op de kop af tien jaar was hij mijn minnaar – of ik zijn minnares zo je wilt. Tien eindeloze jaren waarin hij me nooit de illusie gaf ooit bij zijn vrouw weg te zullen gaan. Dat accepteerde ik omdat er nooit iemand zou (en zal) zijn van wie ik meer kan houden dan van hem. Zijn vrouw wist ervan, op een gegeven moment, dat hij niet trouw was. Daar deed hij trouwens ook niet geheimzinnig over. Tegen haar heeft hij gezegd zijn relatie met mij nooit te zullen beëindigen omdat zij dat wilde. Wij vrouwen wisten dus van elkaar en accepteerden dat we een man deelden.

 

De feestdagen waren altijd voor haar. Dat was ook vanwege hun zoon. De weekenden werden op het laatst zo’n beetje verdeeld tussen zijn thuis en mij, en de vakanties idem dito. Minstens een keer per jaar nam hij me mee naar Zuid-Amerika, zijn geboortegrond. Op een gegeven moment werd ik ook voorgesteld aan zijn familie. Niemand leek er raar van op te kijken dat ik met hem was en niet zij – en als dat wel zo was liet niemand dat merken. Ook in mijn omgeving wist iedereen van hem en kende iedereen hem. Niemand deed er meer vervelend over en niemand stelde meer vragen.

 

Het onderwerp ‘kinderen’ is een paar keer ter sprake gekomen tussen ons. Ik zag het wel zitten. Hij pertinent niet en als ik ooit onverhoopt zwanger zou raken, zou hij uit mijn leven verdwijnen. Hij was hier net zo duidelijk over als over al het andere. Ik koos ervoor gelukkig te zijn met hoe het was en had moeiteloos op deze manier oud kunnen worden met deze man.

 

Op een dag dat ik hem zou zien kwam hij niet. Dat was verontrustend omdat hij me nooit liet zitten. Hij was een man van zijn woord. Ik probeerde hem te bellen, maar kreeg hem niet te pakken. Pas halverwege de nacht werd er opgenomen. Door zijn vrouw die me vertelde dat hij was overleden aan een hartstilstand en dat er voor mij vanaf dat moment geen ruimte meer was. Ze wilde me niet zien en niet bij hem toelaten. Ik had al genoeg van haar gestolen, zei ze.

 

Op zijn begrafenis zat ik helemaal achteraan weggedoken in een bomvolle kerk. Mijn moeder heeft er nog wel voor kunnen zorgen dat mijn bloemen op zijn kist lagen. Ik heb hem nooit meer kunnen zien, nooit meer kunnen strelen, nooit meer voor een laatste keer zijn hand vast kunnen houden. Dat maakte het afscheid extra pijnlijk en eenzaam. De eerste maanden droomde ik dat ik toch in zijn kist mocht kijken maar dat hij er niet in lag. Alsof zijn dood een wrange grap was.’

 

Jokes naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.