‘Je bent mijn beste vriendin niet meer’

 

De eerste keer dat iemand het met me uitmaakte was ik een jaar of negen.

 

 

 

 

 

‘Je bent mijn beste vriendin niet meer. Moniek is nu mijn beste vriendin.’ Mijn klasgenoot en bestie kondigde het heel plechtig aan, terwijl we in de badkamer onze tanden stonden te poetsen nadat ik bij haar tussen de middag een boterham had gegeten. Ik was zo vaak bij haar dat haar moeder een tandenborstel voor mij in de beker erbij had gezet. Of Moniek inmiddels ook een borstel daar had staan wist ik niet, maar ik had al wel gemerkt dat die twee vaker met elkaar gingen spelen of logeren. Nu was het dus officieel: nadat we jarenlang twee handen op een buik waren geweest, had ik afgedaan.

 

Iedereen heeft in het leven zo’n eerste ‘something is wrong’-moment. Bij trainingen of therapieën wordt er altijd naar gevraagd. Kun je je herinneren wanneer er voor het eerst een wolk voor de zon schoof?

 

Nog kan ik dat holle gevoel oproepen dat ik had toen we daarna weer samen naar school liepen. Het maakte al gauw plaats voor schaamte. Afgewezen worden was pijnlijk maar ook vernederend. En dat was precies wat ik liever niet aan de hele wereld wilde laten zien. Daarmee zou het tenslotte allemaal nog erger worden. Sneu gevonden worden doet niks voor je, dat wist ik toen al. Beter was het er helemaal niet over te hebben. Dus toen mijn ouders, die ook niet gek waren, op een dag vroegen waarom mijn vriendinnetje nooit meer bij ons kwam eten, verzon ik snel een ander onderwerp om over te praten.

 

Toen ik zelf moeder werd, vertelde ik juist over dit moment. Voor alle drie mijn kinderen leek het me een goed en eerlijk voorbeeld van hoe vriendschap soms voorbij kan gaan. Van afgewezen worden, van verdriet en van schaamte. Iedereen maakt zulke dingen vroeg of laat een keertje mee, kon ik hen bij wijze van troost voorhouden.

 

Het was een verhaal dat was blijven hangen, bleek. Want toen ik afgelopen week een reünie had vroeg mijn dochter of ‘zij van ik-ben-je-beste-vriendin-niet-meer’, er ook zou zijn.

 

Ze was er. Het was inmiddels bijna een kwart eeuw geleden dat we elkaar voor het laatst hadden gezien. Na onze studententijd hadden onze paden weer gekruist en even voor een vrolijke opleving van contact gezorgd. We hadden toen zelfs nog een reisje gemaakt waar zij dat beruchte gesprek in de badkamer had opgerakeld. Dit keer met het schuldgevoel en de spijt van een empathische volwassene. Het was natuurlijk totaal geen issue meer maar toch vond ik het lief dat ze erover begon en gek genoeg geruststellend te merken dat het op haar net zo’n indruk had gemaakt.

 

Ons contact was niet lang daarna weer verwaterd door een verhuizing, maar nu ontmoetten we elkaar weer op die reünie. Ze had nog steeds die glanzende, knalblauwe ogen en datzelfde giecheltje. We haalden grappige herinneringen op aan vroeger maar kletsten ook net zo makkelijk verder waar we gebleven waren. Sommige dingen vergeet je nooit, zeker niet de herinneringen aan je eerste hartsvriendin.

 

 

 

 

Door: Esther Goedegebuure