Net zoals het rook toen Janssen nog leefde. Mijn altijd vrolijke zwiepstaart die ik afgelopen zomer heb moeten laten gaan. Want ik heb een logé: Diesel, de bejaarde Labrador van mijn vriendin die op vakantie is. Zij geniet volop onder de Turkse zon. Maar ik ook. Want het voelt weer als vanouds om stukken te tikken met zo’n pluizenbol aan m’n voeten. En om ’s ochtends een blije lebber te ontvangen, gedoucht of niet – wat maakt dat beestje het uit. De trotse blik, ook zo herkenbaar: ‘Heb ik dat niet goed gedaan, vrouw?’ terwijl er leuk met de oudpapierbak is gespeeld. Maar ook de schuine, schuldbewuste kop omdat hij z’n oude-mannen-plasje nét niet kon ophouden tot ik thuiskwam. Ook al was ik maar een uurtje weg.
‘Heb je weer een hond?’ Vragend keek de kennis me aan bij binnenkomst. Ze had Diesel nog niet eens gezien, maar wanneer je een hond hebt, dan is het onvermijdelijk dat het ook naar hond ruikt in huis. Ik ben heus schoon aangelegd, maar wat dreksporen maken niet dat ik direct in de dweil klim. De zon scheen door het raam en een Labrador haart. Die zie je. Zit ik ook niet mee.
Een bult werk mee
‘Yep, ik heb een logé,’ zei ik tegen de kennis, hoewel dat overbodig was, want Diesel kwam gezellig de berging binnen gekuierd. En, allemansvriend als-ie is, werd de kennis vriendelijk begroet. Die hem afhield, want ze had een donkere, wollen jas aan.
‘Dat is dus de reden dat ik echt geen hond meer wil,’ zei ze. ‘Je blijft er werk mee hebben.’
Aandacht
‘Als je daar niet tegen kunt, moet je er ook zeker niet meer aan beginnen,’ beaamde ik.
Ze vroeg me waarom ik niet weer een pup in huis haalde, met zoveel dierenliefde in me.
‘Juist daarom,’ legde ik uit. ‘Elk beestje verdient aandacht. En dat kan ik niet geven, want ik ben te veel van huis. Dat is zielig.’
Levenslang
En daarmee maak ik een brug naar alle mensen die tijdens de coronaperiode een huisdier aanschaften. Om zo een geaccepteerde reden te hebben voor een wandeling en het beklemmende thuisfront even te ontvluchten. Maar die zich totaal niet realiseerden dat ze met de aanschaf van het beestje levenslang in huis hadden gehaald. En dat zij daarmee onvoorwaardelijke aandacht dienden te geven, zoals ook een kind dat nodig heeft. Vanaf de eerste brul.
Uit liefde
Toen corona ons land had verlaten en mensen weer opgelucht naar hun werk mochten, beseften ze pas wat zij in huis hadden gehaald. Met hun hond of poes, die nu ineens blokken aan hun been bleken. En die daarom massaal werden aangeboden. Gratis, ter overname, omdat ze een gouden mandje verdienden. Maar niet meer bij hen.
Dat brak mijn hart. En daarom begin ik er niet meer aan. Ondanks dat ik niets liever zou willen.
Maar mijn besluit staat vast.
Uit liefde.








