‘Hoe oud ben ik dan?’

 

 

Als je zo’n vraag krijgt zeg je toch gewoon standaard een paar jaren jonger? Hij had moeten grappen dat ze er wel als vijfenveertig uitzag. Maar negenentachtig?! Dat zeg je toch niet?

 

 

 

‘Soms, heel soms neem je beslissingen waarvan je weet dat ze verkeerd zijn. Zo was dat bij mij ook het geval. In mijn jeugd was ik vier jaar lang samen met een fantastisch lieve, leuke jongen. Knap, sportief, aardig, behulpzaam, en zó ontzettend verliefd op me. Ik wist het zeker: dit was de man met wie ik ging trouwen. Maar zoals het zo vaak gaat met jeugdliefdes was het een droom die kapot spatte toen we gingen studeren. Ik in onze grote stad, en hij in het buitenland. Na het een paar maanden geprobeerd te hebben kwamen we erachter dat we toch echt te jong en naïef waren om deze relatie te redden. En zo gingen we, al ruziënd, uit elkaar.’

 

‘Hartverscheurend was het. Ik had zo’n enorm liefdesverdriet. Wilde niet eten, niet drinken, niet naar buiten… Vriendinnen probeerden me op allerlei verschillende manieren op te fleuren, maar het lukte niet. Tot een paar maanden nadat we uit elkaar waren gegaan een vriendin me op een verjaardag voorstelde aan een jongen, Bram, uit het noorden van het land. Jeminee wat was hij knap. Grote gespierde armen, een knap gezicht met bruine Bambi-ogen. Hij sportte elke dag en dat was te zien. Een lijf van een god had hij. Zijn persoonlijkheid was alleen niet écht het soort dat ik aantrekkelijk vond, maar knap dat ie was! Het was geen wonder dat hij de volgende ochtend in mijn bed belandde.’

 

‘Een paar maanden waren we aan het daten. Hij was meer geïnteresseerd dan ik. Ik vond zijn gezelschap fijn om mijn eenzame nachten en de pijn van mijn gebroken hart te verzachten. Als hij weer bij me op de stoep stond hadden we eigenlijk altijd alleen maar seks. Geen romantische poespas. En zo vond ik het wel best. Maar hij wilde meer en meer. Vond me leuker en leuker worden. Ik wist dat mijn interesse in hem niets was in vergelijking met zijn belangstelling voor mij. Toen hij me vroeg of hij mee mocht met mijn kerst-uitje met mijn familie wilde ik het eigenlijk niet. Maar ik wilde ook niet riskeren dat hij bij me weg zou gaan. Dus stemde ik toe. Dit had ik nooit moeten doen.’

 

‘Eenmaal op locatie aangekomen zag ik het al in de ogen van mijn vader. Deze jongen ging zijn keuring nooit goed doorstaan. Mijn ooms zagen het ook en waren net zo afstandelijk tegen Bram. Zelf was ik het ook. Best wel zielig hoe hij helemaal in zijn uppie in de hoek van de kamer stond. Maar het ergste van alles vond ik nog wel dat mijn oma hem zo graag wilde leren kennen. Ze ging naar hem toe en begon een gesprek. Langzamerhand kwamen mijn tantes er ook omheen staan. Toen mijn ooms, mijn neefjes, nichtjes, en zelfs mijn vader mengde zich in het gesprek. Gedurende een paar minuten keek ik naar hem in een heel ander licht. Was hij dan toch een leukere jongen dan ik dacht? Totdat mijn oma grapjes begon te maken over haar leeftijd. Hij snapte niet dat het grapjes waren en zei dat hij wel snapte dat ze die problemen had op haar leeftijd. Toen ze vroeg hoe oud hij dan wel niet dacht dat ze was, zei hij doodleuk: ‘Oh, nou, rond de negenentachtig, toch?’ Mijn oma was zevenenzestig.’

 

 

‘Ik kon wel door de grond zakken, zo erg vond ik zijn opmerking. Als je zo’n vraag krijgt zeg je toch gewoon standaard een paar jaren jonger? Hij had moeten grappen dat ze er wel als vijfenveertig uitzag. Maar negenentachtig?! Dat zeg je toch niet? Mijn oma was ontzettend beledigd. Niemand praatte meer met hem de rest van de dag. Oh wat vond ik het erg dat ik hem had meegenomen. Ik had kunnen voorspellen dat hij iets stoms zou doen.’

 

‘Ook al was ik boos om zijn opmerking, ik bleef nog een kleine twee maanden bij hem tot de laatste druppel de emmer liet overlopen. Ik maakte het uit. Ik snapte niet hoe hij het zo erg kon vinden terwijl het mij echt niks deed. De keus om deze jongen te gebruiken tegen mijn eigen eenzaamheid was een van de slechtste beslissingen die ik ooit heb genomen. Ook al is het alweer jaren geleden, ik kijk er nog steeds met veel schaamte op terug. Maar wel heb ik voor altijd een les geleerd: oma’s zien er altijd uit als vijfenveertig. Zo.’

 

 

Door: Ingrid de Vries