Hoe ik sinds de komst van mijn kinderen mijn sportoutfit aan de wilgen heb gehangen

 

Als kind, en als volwassene voordat ik moeder werd trouwens ook, was ik mega-sportief. Ik zat op ballet, cricket, tennis en hockey

 

Ik had maatje 36, maar dat was niet de reden waarom ik sportte. Ik vond het megaleuk. Sporten was voor mij hetzelfde als tandenpoetsen, of ademhalen. Scheelt misschien wel dat alles in teamverband of met een vast groepje was. Dus naast sportief bezig zijn was het ook nog eens heel gezellig. Zelfs toen ik in verwachting was van mijn eerste kind stond ik met 26 weken zwangerschap nog op het hockeyveld. Daarna rende het niet zo lekker meer met die dikke buik en borg ik mijn hockeyschoenen en –stick noodgedwongen op in de schuur.
 
Dat is nu zeven jaar geleden. Sindsdien heb ik me geen seconde meer in het zweet gewerkt. Tenminste, niet op een sportveld of op regelmatige basis in groepsverband. In het gewone dagelijks leven natuurlijk wel. Zo fiets ik als het even kan twee tot drie keer per week naar zee, inclusief drie kinderen en een strandtas in de bakfiets, trek ik een sprintje de duinen op om er vervolgens met twee jongetjes in mijn kielzog weer zo hard mogelijk af te rennen. Neem ik twee treden tegelijk als ik mijn telefoon weer eens boven heb laten liggen. Speel ik tikkertje of verstoppertje met mijn kinderen in het bos, ren ik bij hun voetbalwedstrijden heen en weer langs het veld en wandelde ik me een slag in de rondte met al mijn baby’s in de draagzak of kinderwagen in een poging ze te laten slapen. Op sommige dagen sta ik op, ga ik mee in de ratrace van de dag en plof ik ‘s avonds bij het eten voor het eerst neer op een stoel. Die aanbevolen 10.000 stappen per dag haal ik met twee vingers in m’n neus.
 
En ondanks dat ik bijna nooit stilzit, zijn er toch periodes dat ik denk dat ik echt weer eens moet gaan bewegen. Maar dan écht bewegen. Gewoon een of twee keer per week. In een sportschool of op een sportveld. Omdat het gezond is. Je hartslag even flink omhoog en rennen tot je niet meer kunt praten. En dan schrijf ik me in een opwelling in bij een sportschool of meld ik me aan bij een bootcampklasje om na vier keer sporten tot de conclusie te komen dat het toch echt niks voor mij is. En ben ik het hele jaar weer ‘sponsorlid’. Ja, ik blijf maar braaf iedere maand betalen, maar ga niet. Dat is niet echt wat je noemt een ruggengraat hè…
 
Maar als ik me thuis de hele dag bezig heb gehouden met de kinderen, kan ik het echt niet opbrengen om me ‘s avonds nog eens in een sportieve outfit te hijsen, de M&M’s die in het keukenkastje op me liggen te wachten vaarwel te zeggen en door weer en wind op zoek te gaan naar sportief vertier. Nee hoor, mij niet gezien. Tot nu toe heb ik de mazzel dat ik er redelijk oké mee wegkom, gezien het feit dat ik me echt nog wel in een bikini op het strand durf te vertonen. Hoelang dat nog zal duren? Ach, ik profiteer er nog maar even van. Ik word t.z.t. met 50+ wel een fitgirl. Een fit-Saartje. Maar nu nog even niet.
 

Door: Philippine Dankelman

Philippine is freelance journalist. Voor Franska.nl schrijft ze over alles wat haar bezig houdt. Ze woont in Haarlem met haar man en hun drie kids. Ze is het liefst op het strand, dol op versgebakken appeltaart en houdt van de kleur wit.

Afbeelding van Philippine Dankelman