Het komt nooit uit

 

Ken je dat, je hebt het beredruk en dan gaat de telefoon: ‘Mam ik ben gevallen, kun je me komen halen?’

 

Mijn collega kreeg vandaag zo’n telefoontje. Ik zag haar aarzelen. Haar kind aan de lijn: ‘Mam ik ben gevallen, kun je me komen halen?’

 

Ik heb twee brokkenpiloten op de wereld gezet. Ze vonden het altijd superspannend om dingen uit te proberen die ik niet zo handig vond. Skeeleren, trampolinespringen en skateboarden. Je wil niet weten hoe vaak ik ze verbood om te gaan. Maar ja, ze hadden poep in hun oren en gingen toch.

 

Met als gevolg dat de keren dat ze met kapotte knieën of kleren thuiskwamen niet te tellen waren. Mijn medeleven zakte op den duur tot ver onder het nulpunt als er weer eens eentje brullend in de keuken stond. Ik had het toch gezegd? Typisch gevalletje van eigen schuld, nu heb je toch een bult.

 

Dus als ik niet thuis was en mijn telefoon ging omdat er eentje was gevallen reageerde ik nogal lauw. ‘Ga maar op een stoel zitten, ik ben zo thuis.’ Tot die dag dat ik net in de Appie stond, achter een kar met boodschappen waar je niet meer overheen kon kijken.

 

Mijn kind aan de lijn, met de mededeling dat hij bij zijn vriendje aan het skateboarden was en weer eens was gevallen. Dus draaide ik mijn ‘ga maar op een stoel zitten, ik ben zo thuis’-riedel af en sjouwde de hele handel richting auto. En weer ging mijn telefoon. Opnieuw het nummer van mijn zoon. Geïrriteerd nam ik op. Maar in plaats van een zielige zoon kreeg ik de moeder van dat vriendje aan de lijn. Dat mijn pubertje toch wel heel veel pijn had en of ik ‘m niet meteen kon komen halen.

 

Inmiddels had ik wel door dat er echt iets aan de hand was en met het schaamrood op de kaken reed ik richting vriendje. De moeder keek me aan met gefronste wenkbrauwen. Dat ie toch wel heel veel pijn had. Dat ze, als het haar zoon zou zijn, toch meteen naar het ziekenhuis zou rijden. Ik voelde me meteen de meest ontaarde moeder ooit.

 

Het komt nooit uit, zo’n telefoontje. Maar ja, zul je altijd zien. De score die dag was een gebroken sleutelbeen op links en drie gebroken vingers op rechts. Gelukkig was ie wel meteen genezen van het skateboarden. Dat dan weer wel.

 

Door: Irene Smit

Irene is redacteur bij Franska.nl. Met haar man, twee pubers en een teckel woont ze in Haarlem. Ze zou graag willen zingen als Ella Fitzgerald en koken als Nigella Lawson. Tot het zover is, blijft ze lekker schrijven over allerlei zaken die haar verbazen.

Afbeelding van Irene Smit