Marie-Claire was blij dat ze haar ouders nooit meer hoefde te zien. Dacht ze toen ze het huis uit ging.

 

‘Ik ben streng gereformeerd opgevoed. Compleet met catechisatie-les, zondagschool en hel en verdoemenis. Toen ik in de puberteit kwam telde ik de weken totdat ik eindelijk het huis uit kon, onder het juk van de kerk vandaan en weg bij mijn ouders, de verstikkende omgeving waarin we leefden en alle dingen die niet mochten of juist heel erg moesten.’

 

‘De hel brak los toen ik in de eindexamenklas vertelde dat ik na de zomer naar Amsterdam wilde verhuizen om te gaan studeren. Mijn ouders voerden de druk zelfs zo hoog op dat het op een gegeven moment kiezen of delen werd: als ik de verdorvenheid zou verkiezen boven de Heer, hoefde ik nooit meer thuis te komen. Op dat moment was dat het allerfijnste dat ik me kon wensen. Nooit meer de tirades, de benepenheid en het zwartkijken.’

 

‘So far so good. De eerste jaren op mijn kamertje waren de mooiste van mijn leven. Ik moest me weliswaar een slag in de rondte werken om mijn studie te kunnen bekostigen, maar als ik op mijn fietsje van hot naar her racete, deed ik dat altijd fluitend.

 

‘Op de dag dat ik mijn bul kreeg uitgereikt waren mijn vrienden er om me de hemel in te prijzen. Ik had het immers toch maar mooi gered in mijn eentje. Al die tijd dacht ik weliswaar regelmatig aan mijn ouders, maar dat was op een manier van lekker-puh. Missen deed ik ze niet. Al helemaal niet toen ik met mijn vriend ging samenwonen – uiteraard in zonde.’

 

‘Op het moment dat ik zwanger werd, veranderde alles. Ik miste met name mijn moeder, want aan haar zou ik kunnen vragen of zij ook misselijk was geweest en hoe haar bevallingen waren gegaan. Niemand anders kon op dit moment zo dicht bij me staan als zij. Niemand anders wist zo goed waar ik vandaan kom. Niemand anders had mij als klein kind verzorgd, te eten gegeven en me getroost als ik verdriet had. Het voelde opeens alsof ik nergens meer bij hoorde en er totaal geen basis meer was. Op een bepaalde manier is dat ook zo. Teruggaan naar huis heeft namelijk geen zin. Ze zullen me er absoluut niet binnenlaten. Volgens mijn broer, die ik sporadisch spreek, besta ik voor hen niet meer en is mijn naam nooit meer gevallen sinds de dag dat ik vertrok. Of ik het anders zou doen als ik dit had geweten? Waarschijnlijk niet. Maar ik zou mijn moeder wel hebben laten weten dat ik haar niet kwijt wilde.’

 

Marie-Claires naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.