Help, ik heb geen netwerk

 

‘Heb jij wel een netwerk?’ vroeg mijn nieuwe buurvrouw ongerust. Een netwerk?

 

 

Jazeker, ik ken honderden mensen, maar niet het netwerk dat zij bedoelt: handigerds die voor mij dingen doen, die ik zelf niet kan. Hoe vind je bijvoorbeeld een glazenwasser?

 

Dat is een eitje. Als ik even naar het strand loop, zie ik onderweg een meneer met een lange slang ramen besproeien. ‘Bent u een glazenwasser?’ vraag ik. ‘Goh, mevrouw, hoe komt u erop?!’ antwoordt hij en sproeit lustig verder, als een kater die er zin in heeft. Hij lijkt me een man zonder fratsen. ‘Heeft u zin in nog een adres?’ vraag ik. ‘Ligt eraan, als het te hoog is, begin ik er niet aan!’ Nee, dat zou ik ook niet doen, met mijn hoogtevrees als ik alleen al op een keukentrapje sta. ‘Hier in de straat, aan het eind!’ wijs ik. ‘Ik douw zo wel een kaartje in de bus,’ zegt hij, ‘welk nummer?’ Ik vertel het, en ook dat we hier net wonen en dat alle ramen intens goor zijn. ‘Hier in Noordwijk,’ meldt hij, als aanvullende info, ‘is nooit iemand ziek. Schone lucht hè? Er zit jodium in, vanuit de zee. Dus die dokters hier hebben niks te doen.’ Dat belooft wat.

 

Als ik terugkom van het strand, ligt zijn kaartje in de bus. Ik mail hem mijn telefoonnummer en hij appt terug dat hij contant betaald wil worden, maar de pinautomaten zijn hier dun gezaaid. Dat zegt hij er, informatief als hij is, even bij. Net zo’n nuttige mededeling als dat van die jodium. Hij kan morgen komen, maar dan moet ik wel geld paraat hebben. Anders maakt hij rechtsomkeert. De ervaring heeft hem geleerd, dat er nu eenmaal mensen zijn die veel beloven en dat vervolgens niet doen.

 

Volgende project: een pinautomaat zoeken. Ik parkeer in het kleine centrum en dat gun je niemand. Bij de meeste plekken moet je een nummer bellen en dan je plek doorgeven, daar ben je zo minutenlang mee bezig. Stom, mijn telefoon ligt thuis aan het infuus. Weet je wat? Ik neem de gok. Bij de Bruna vind ik een geldautomaat. Met contanten voor de strenge glazenwasser loop ik snel terug naar mijn auto. Geen bon. Of zouden ze een camera hebben, zodat ik alsnog achteraf een enorme boete krijg? Kan er ook nog wel bij. We zijn als idioten geld aan het uitgeven, omdat het nieuwe huis veel achterstallig onderhoud heeft. De glazenwasser vindt zelfs, als hij de boel heeft gedaan, dat wij ‘een kat in de zak’ hebben gekocht. ‘Schandalig, nooit wat aan gedaan,’ klaagt hij, ‘het mos groeit tussen de kieren!’ Pffff. De dakdekkers, die boven de boel moeten herzien, zeiden dat ook al, verbijsterd over het povere onderhoud. Schoondochter Lara appt: ‘ik heb een top-hulp gevonden en ze heeft nog uren over voor jullie!’ Bingo! En zo komt het dan toch, in nog geen week tijd, riant in orde met mijn netwerk. Ik vind zelfs een goede Klusmans voor de zaken die de aannemer niet heeft gedaan. Dat zou hij nog doen, maar als ik op hem moet wachten, vallen Sinterklaas, Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Hemelvaart en het Suikerfeest op dezelfde dag.

 

Als jongste zoon met onze kleindochter op zijn schouders langskomt voor een bakje koffie, en ik gezellig met haar kan gaan puzzelen, is dat de kers op de taart. De nog te verwachten chaos, met veel werkmensen over de vloer, neem ik voor lief. Gewoon in de Zambiaanse modus blijven zitten: daar hebben ze niet voor niets hetzelfde woord ‘mawa’ voor morgen, gisteren en overmorgen.

 

 

 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel