Filosofie over potten en deksels

 

Relaties waarvan je denkt: ‘o jee, die staan op klappen’, kunnen zomaar heel solide zijn. Veel steviger dan menig huwelijk waarin broeiende irritaties continu worden ingeslikt. 

 

Wij woonden ooit naast Pia en Rik. Op een middag belde Pia in paniek bij ons aan: haar rottige schoonmoeder had hete thee over hun dochtertje heen gegooid. Of Man wilde komen kijken naar de verschrikkelijke brandwond. Hij ging mee en belandde in een donderend woordengevecht. Rik schold Pia uit, want zijn moeder had dat heus niet expres gedaan. Pia kefte terug dat als het erop aankwam, hij altijd zijn moeder verkoos boven haar. Ze gooide er nog achteraan dat ze hem haatte. En hij haatte haar ook, zo hoorde Man. Temidden van deze oorlog zat het kindje te huilen. Schoonmama weende en schreeuwde dat het weer heel duidelijk was waarom Pia haar altijd zo stuurs ontving. Man bekeek het dochtertje: nergens een rood plekje te zien. Dat kind huilde omdat iedereen zo zat te schreeuwen. Enfin, Man weer naar huis, nadat hij had gezegd dat er niets aan de hand was. Oeps, dat was een misser. Rik riep meteen ‘zie je nou wel’ tegen Pia en toen begon het hele gedoe opnieuw. Wegwezen dus. De volgende dag kwam ik Pia tegen. Ze straalde, want ze had rode rozen gekregen van Rik. Nou ja zeg! Doe mij een bos peulen? ‘Wij schreeuwen elke dag tegen elkaar,’ bekende ze, ‘dan hebben we weer een reden om het goed te maken.’ Vette knipoog erachteraan. Voor zover ik weet, vechten ze elkaar nog steeds de tent uit. En er weer in. Al veertig jaar.

 

Onlangs hadden we een bevriend echtpaar, Joke en Thijs, te eten. Gezellige mensen, met wie het goed borrelen en lachen is. Maar o wee als ze een verhaal willen vertellen. ‘En toen kwam hij binnen op donderdagavond’, begon Joke. ‘Néé,’ viel Thijs haar in de rede, ‘het was wóensdagavond.’ ‘Nee, dónderdag… of was het dinsdag, nou ja, het doet er ook niet toe…’ ‘Dat doet er wél toe,’ meende Thijs, ‘anders zetten we Rob en Wieke op het verkeerde been.’ Joke dacht diep na. ‘Oké, het doet er ook niet echt toe wanneer het was, maar hoe heette hij nou ook alweer Thijs?’ ‘Dat maakt voor het verhaal ook niet uit’, vond Thijs. ‘Nee, eigenlijk niet. Enfin, hij kwam dus binnen…’ En Thijs vulde gedienstig en met een grijns aan: ‘op woensdagavond…’ Joke weer van de leg. ‘Het deed er toch niet toe?’ Ze duwde Thijs tegen zijn been: ‘hou je mond en laat me nou het verhaal vertellen.’ Thijs doorspekte de vertelling met veel gebaren van: zij duwt mij altijd tegen mijn been als ze denkt dat ik haar in de rede val. Geen wonder dat het verhaal niet van de grond kwam. Leerzaam, zo’n stel dat elkaar continu in de rede valt. Zeker voor mij, want ik heb er ook een handje van om Man z’n verhaal even snel af te maken, omdat ik vind dat hij dat te langzaam, of niet zo leuk (oeps), doet. En Man? Hij denkt: als anderen veel kletsen, hoef ik lekker niets te zeggen. Gevolg: niemand kan zo goed luisteren als hij. Daarom redden we het al zo lang samen. Op onze eigen manier. Net zoals Joke en Thijs en zelfs zoals Pia en Rik. Het aardige is dat ik bij veel koppels merk dat deksels, naarmate de tijd voortschrijdt, steeds beter op potjes passen. 

 

 

PS Omdat het zo’n donkere, grauwe maand is, hierbij het vrolijke kerstliedje van ons nichtje Robin en haar vriendinnen. Als het filmpje op YouTube lekker veel wordt geliked, mogen ze straks in Alkmaar met Cor Bakker optreden. Iedere keer als ik het aanklik, word ik er vrolijk van en fleurt het de dag op. 

 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel