Het is weer die tijd van het jaar. Dry January komt in zicht. Niet ineens, maar langzaam. In gesprekken, in bijzinnen, in dat ene moment waarop iemand zegt dat hij het dit jaar echt gaat doen. En jij denkt: ga ik eigenlijk meedoen?
Dit is nog niet januari. Dit is de fase ervoor. Waarin je alvast nadenkt, zonder iets te hoeven besluiten. Waarin je voelt wat het idee met je doet.
Voor sommige lezers is het vanzelfsprekend. Even stoppen, even resetten, even voelen hoe het is zonder alcohol. Voor anderen roept het vooral weerstand op. Waarom zou je iets wat je plezier geeft ineens schrappen omdat de kalender omslaat?
En er zijn ook mensen voor wie de vraag helemaal niet speelt. Omdat ze niet drinken. Of omdat ze al lang hun eigen balans hebben gevonden.
Misschien kijk je uit naar heldere ochtenden en rustigere avonden. Misschien zie je juist op tegen lege glazen, lange avonden, dat ene moment waarop je normaal inschenkt. Misschien denk je: ik doe wel wat minder, maar ik hoef er geen naam aan te geven.
Ik merk dat ik zelf niet meedoe. Niet uit principe, maar omdat ik geloof in niet doorslaan. Geen drie flessen voor jezelf — dat spreekt voor zich — maar twee glaasjes, met aandacht. Omdat het leven soms gewoon zachter mag zijn.
Wat ik mooi vind aan deze dagen, is dat er nog niets vastligt. Je mag twijfelen. Meedoen of niet. Minder drinken of precies hetzelfde blijven doen. Het zegt allemaal iets over hoe jij in het leven staat.
Dry January komt in zicht. En misschien is de vraag niet wat je gaat doen, maar wat jij ervan vindt.








