‘Dat jaar kreeg ze een koekje van eigen deeg. Dan zou ze dat bakken volgend jaar wel uit haar harses laten.’

 

‘Elk jaar was het weer hetzelfde liedje. En toen was de maat vol. Dat zij van hiernaast oliebollen wil bakken voor de halve straat, moet ze namelijk lekker zelf weten. Maar het lijkt me nou net niet de bedoeling dat ik daardoor dagenlang in de stank van die ranzige olie van d’r moet zitten. Mevrouw had namelijk de gewoonte om buiten onder haar veranda te gaan staan bakken zodat haar huis niet ging stinken. Maar als de wind ook maar een heel klein beetje verkeerd stond, stond het bij mij binnen hartstikke blauw. Tegen de tijd dat het zowat voorjaar was, rook ik het ongeveer nog.

 

Twee jaar terug waarschuwde ik haar dat ze hier nou echt eens mee op moest houden. Ze keek me alleen maar aan met die grote ogen van d’r. Alsof ik er geen snars van zou menen. Nou reken maar van wel. Ik had een heel jaar de tijd om te prakkezeren over een fijne actie. En geloof me, die heb ik gevonden. Geen agressie was de afspraak. Maar wel iets om haar intens mee te irriteren. Zo kwamen we op het idee van muziek. We zouden gewoon ouderwets plaatjes voor d’r gaan draaien als zij weer aan het oliebollenbakken zou slaan. Maar dan wel het soort plaatjes waar je heel snel heel erg genoeg van hebt. Zeker als het geluid veel te hard staat.

 

We hebben maandenlang lol gehad met het zoeken naar zeikplaatjes. Mieke Telkamp, de Vogeltjesdans en – het bestaat echt – ‘Oliebol’ van Appie Scheer. Op Marktplaats vond mijn man een joekel van een geluidsbox om aan te sluiten op onze geluidsinstallatie. Die zouden we, als het zover was, achter in de tuin naast haar oliebollenkraam stallen. 

 

Als kinderen lagen we op de loer een paar dagen voor oud en nieuw. En als kinderen zo blij waren we toen we haar voorbereidingen zagen treffen. Zodra het bakken begon, begonnen wij plaatjes te draaien. Eerst zacht, toen wat harder en bij de derde portie, toen de rook lekker was aangewakkerd, net zo hard als die box kon hebben en net zo lang tot ze er tureluurs van werd. Ze hield het nog best lang vol om te doen alsof haar neus bloedde, dat moesten we haar nageven. Maar op een gegeven moment was er geen houden meer aan.

 

‘Wat een klereherrie!’ riep ze over de schutting. ‘Komt door die klerestank van jouw oliebollen!’ riepen we terug. Even bleef het stil. Toen moest ze lachen. Een beetje als een boer met kiespijn, maar toch. Ze snapte het ook eigenlijk wel van die stank, zei ze. Toch sportief van d’r.’

 

 

Leontiens naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.