Dit is de beste manier om je hangende borsten te verstoppen

 

Alles zit eronder, en alles is dus veilig. Het is onzichtbaar, en het blijft onbevlekt.

 

Deed ik het wéér! Beeldig achter (of is het nu vóór?) het aanrecht staan. Lekker met mijn witte blouse een eitje bakken, en dat spat dan alle kanten op. En dan natuurlijk niet op de tegeltjes achter de kookplaat, nee… precies in de voegen ertussen, en ook nog richting mij. En dan natuurlijk niet alleen maar op mijn arm, of náást mijn witte blouse, nee… er vól op! 

 

Lekker weer een vieze vetvlek op de voorkant van mijn mooie witte blouse. Een vetvlek die ik er natuurlijk nooit meer uit ga krijgen, want die blouse mag natuurlijk niet heet gewassen worden. Nee… hij moet in een voorzichtig wasje, mag niet centrifugeren, en mag alleen met gelijke kleuren (uitroepteken, uitroepteken) gereinigd worden. Je moet er dus bijna een solitaire trommel voor laten draaien, of ‘m op de hand gaan wassen.

 

Waarom doe ik mezelf dit aan? vroeg ik me af toen het gebeurde. Waarom sta ik hier voor de logees en gezinsleden leuk te wezen, en draag ik niet zo’n heerlijk schort als mijn oma vroeger droeg? Zo’n bloemetjes ding. Zo’n jas zonder mouwen die alles bedekt. 

 

En met alles bedoel ik dus álles, hè! Niet alleen je mooie blouse (… je goeie goed, zou mijn oma gezegd hebben) maar ook de rest. De verdwijnende taille, de opkomende onderbuik, de voorzichtig hangende borsten en de (pas na 1300 squats per dag) nog een klein beetje (pijnlijke) billen: alles zit eronder bij zo’n schort, en alles is dus veilig. Het is onzichtbaar, en het blijft onbevlekt. 

 

Dus wie ooit bedacht heeft dat we die dingen niet meer aan mochten in (notabene) ons eigen huis? Waar kan ik die vinden en vertellen wat ik daarvan vind? Want wie heeft mij ooit verteld dat ik er geen mocht kopen? En wie gaat mij nu tegenhouden om te pleiten voor de terugkeer ervan?

 

En dan niet meer met bloemetjes – om de nostalgische bijgedachten van onderdrukte vrouwen (die heerlijk alle tijd hadden voor het huishouden, en daarna gezellig bij elkaar op de koffie gingen, of een stukje gingen wandelen, een boek lazen, of hun haar nog even lieten doen) bij ons vandaan te houden – maar dan maar een ander printje, ofzo. 

 

 

Misschien wat wiskundige formules? Om toch nog intelligent te lijken? Of foto’s van onszelf met onze diploma’s, om te voorkomen dat we ongestudeerd, en onszelf wegcijferend, over zouden kunnen komen? 

 

Of juist daarom maar wél een bloemetje? Een vlek op je voorhoofd, diploma, of formule staat ook weer zo dom. En op een vrolijk gekleurd en alles bedekkend bloemetje zie je niks. Helemaal niks! 

 

Hoe slim waren die moeders en oma’s van ons dus eigenlijk? 

 

Je ziet daaronder echt niet dat ik verdorie een paar mooie kinderen heb gebaard, hartproblemen heb gehad, een auto-ongeluk heb overleefd, honderd verjaardagen heb gevierd en nu dus wat lastig ook nog de topsporter kan uithangen. 

 

En waarom zou ik ook! 

 

Ik pleit hier dus voor de terugkeer van het bloemetjesschort! Zo’n heerlijk ding waaronder ik mijn buik niet hoef in te houden, en gewoon mag zijn wie ik ben. Een vrouw die trots is op wat haar lijf al heeft doorstaan en gepresteerd, en die ook nog haar kleding schoonhoudt. 

 

Scheelt een hoop was, dus ik zorg ook nog voor het milieu! Gut, wat een kanjer zit er onder dat oubollige schort! 

 

Doe je mee?

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke