Soms denk ik dat ik dertig jaar te laat geboren ben, want ik ben een enorme fan van muziek waar mijn generatiegenoten hun neus voor ophalen. Zo ken ik (bijna) alles van Ella Fitzgerald uit mijn hoofd, en gaat er geen vakantie voorbij zonder dat ik het hele Gershwin Songbookheb beluisterd. En reken maar dat er een heleboel nummers opstaan. Ik heb niet alleen cd’s van Charles Aznavour in het Frans, maar ook in het Engels en niet te vergeten in het Italiaans. Misschien vind ik hem daarin nog wel het allermooist zingen. Met een lach en een traan zit ik te luisteren, want de stem van deze grote kleine zanger raakt me iedere keer weer.
Zoals zovelen groeide ik op met zijn muziek, want ook mijn ouders draaiden zijn platen. Helaas heb ik de kans om hem nog een keer echt te zien optreden aan mijn neus voorbij laten gaan. Ik vond de kaartjes te duur en zijn stem was ook niet meer wat het geweest was. Achteraf reuzejammer natuurlijk. Want zo’n icoon van het Franse chanson, daar is er maar één van.
Gelukkig hebben we de muziek nog, en draait er al een tijdje een prachtige film over zijn turbulente leven in de bioscoop, waarin je in het decor van het Parijs van de jaren veertig en vijftig ziet hoe hij zich wist te veranderen van een arme Armeense immigrantenzoon tot de wereldster van formaat die hij zijn leven lang gebleven is. Zo op het oog een sympathieke man, maar dat was maar schijn, want hij had een ongelofelijke drang naar geld en roem. Misschien heeft het te maken met zijn schamele afkomst, met ouders die vluchtten voor de genocide in hun vaderland en in Frankrijk met niets een nieuw bestaan op moesten bouwen, en waar de kleine Charles als Shahnour Vaghinag Aznavourian in 1924 per toeval in Parijs werd geboren. Zijn ouders wachtten daar op een visum voor de Verenigde Staten, maar kregen het niet. Eenmaal ontdekt door Edith Piaf gaat het snel met zijn carrière en staat hij niet alleen op het toneel, maar speelt hij ook in talloze films. Door het grote publiek wordt hij vaak met Frank Sinatra vergeleken, en doet hij zelf ook. Hij moet en zal net zoveel verdienen als zijn Amerikaanse collega zanger.
Chansons, nu nog te zien in de bioscoop, zit niet alleen vol met prachtige beelden over Parijs, ook de oh zo herkenbare muziek loopt als een rode draad door de film, en voor je het weet zit je zachtjes mee te neuriën met de heerlijke klanken van La Bohème, of mijn lievelings, Hier encore.








