songfestivalfeest
songfestivalfeest

Bruut geweld is opgerukt tot achter mijn eigen voordeur

 

‘Aangevallen, overmeesterd, verkracht, mishandeld en geslagen. Totdat de dood erop volgde.’ 

 

Rinia Chitanie werd 68 jaar, werkte tot aan haar pensionering als arts bij defensie, leefde alleen en wat teruggetrokken, hield misschien nog wel meer van planten en dieren dan van mensen, en woonde aan het parkje achter mijn huis. Ik kende haar niet, deze Rinia Chitanie, heb haar naar mijn weten ook nooit ontmoet – ook niet in het voorbijgaan. En toch denk ik de laatste tijd veel aan haar. Dat doe ik sinds verschillende kranten over haar schreven. Ze schreven over haar dood en dat ze op eerste paasdag ’s avonds, toen het al een beetje donker was, had besloten om toch nog maar even de eendjes in het parkje te gaan voeren. De eendjes die ze vanwege haar liefde voor dieren bijna dagelijks even opzocht in het doodgewone niets-aan-de-hand-parkje achter haar en achter mijn huis. Het parkje waar mensen hun hondjes uitlaten en moeders hun kinderen, en verder geen bijzonderheden.

 

Onderweg met haar zakje brood was Rinia aan het einde van die eerste paasdag zomaar opeens bruut overvallen. Aangevallen, overmeesterd, verkracht, mishandeld en geslagen was ze. Zo beestachtig bruut toegetakeld dat ze, na een wekenlange coma, uiteindelijk alsnog aan haar verwondingen bezweek. Dat was pas het moment dat ik over Rinia Chitanie las en dat ze in mijn leven kwam. Ik las over buren die op eerste paasdag gegil hadden gehoord en Rinia in een plas bloed hadden aangetroffen voor haar huis. Ik las over haar moordenaar – een knul, psychotisch, van amper twintig – en dat die opgepakt is en bekend heeft. Ik dacht aan Rinia’s nabestaanden en aan alle andere slachtoffers van zinloos geweld en hun nabestaanden, en dat ik daar de laatste tijd veel te vaak over lees, maar dat het steeds de ver van mijn bed show was – gelukkig. En dat Rinia Chitanie het zinloze geweld opeens tot achter mijn eigen voordeur bracht en over hoe onveilig dat voelt. 

 

Voor Rinia’s huis liggen nu bloemen. Het is geen zee maar het zijn er genoeg. Haar deur is met een hangslot vergrendeld, haar gordijnen zijn dichtgeschoven en op haar vensterbank staat een beeldje van een poesje – het beestje zit vast op Rinia te wachten, tevergeefs, net als de eendjes in het parkje. 

 

Vanochtend vond ik een uitnodigingsbriefje in mijn brievenbus voor een stille tocht die ter ere van Rinia Chitanie wordt gehouden. Een stille tocht die voert door het parkje achter haar en achter mijn huis. Het doodgewone niets-aan-de-hand-parkje dat nooit meer hetzelfde zal worden en dat eigenlijk opgedragen zou moeten worden aan Rinia Chitanie. Opdat zij nooit vergeten wordt.

 

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Brigitte Bormans