‘Bent u geboren in Amsterdam?’ vraagt hij me

 

Ik zeg van niet. En hij?

 

 

 

‘Ik weet niet of ik het nog aandurf’, zeg ik tegen de chauffeur van mijn taxi. Fietsen, bakfietsen, trams, taxi’s, auto’s en vrachtauto’s, voetgangers en nog meer voetgangers krioelen door elkaar. En het enige recht dat lijkt te gelden is dat van de sterkste.

 

Ik zeg dat ik hoop dat hij ogen in zijn achterhoofd heeft. Hij lacht en zegt dat het goed komt. Is dat zo, vraag ik me hardop af. Hij lacht weer en zegt dan dat ik gelijk heb. Hij weet niet of het goed komt, want we leven in een rare tijd, vindt hij. Politiek, klimaat, ongelijkheid, armoede… Zal hij nog even doorgaan? En dan Amsterdam! Hij kent Amsterdam niet meer terug. ‘Echte Amsterdammers zijn niet meer te vinden in de stad – allemaal weggetrokken en geef ze eens ongelijk – en met Nederlands kom je hier niet ver meer.’

 

‘Bent u geboren in Amsterdam?’ vraagt hij dan.

 

Ik vertel dat ik uit het zuiden van het land kom en hier op mijn achttiende ben komen wonen. Ik zie hem opveren. ‘Het zuiden als in Zuid-Limburg?’ wil hij weten. Want daar heeft hij zelf ook gewoond. ‘Partij-Wittem’, hoor ik hem zeggen. Partij-Wittem? Hoe groot is de kans? Ik kom uit Gulpen. Wat scheelt dat? Twee kilometer? Nog minder? Wat deed deze man in een gat als Partij-Wittem? Maar ik hoef de vraag niet te stellen. Blijkbaar is hij het gewoon om tekst en uitleg te geven.

 

‘Toen ik een kleuter was kwam ik met mijn moeder vanuit Paramaribo naar Rotterdam, maar daar kon ze niet aarden.’ Aha. Van Paramaribo naar Partij-Wittem lijkt me echter ook geen soepele overgang, toch? Ze moesten wel even wennen daar, zij aan de mensen en de mensen aan hen, geeft hij toe. ‘Aan mijn haar voelen en zo.’ Maar hij kan zich niet herinneren dat hij daar ooit last van heeft gehad. Hij had leuke vriendjes en zo, en vooral met carnaval voelde hij zich erg senang in die cultuur want ‘feesten kunnen die Limburgers wel’.

 

Maar na een paar jaar werd het toch Amsterdam. En Amsterdam is het gebleven. Ondanks dat hij de stad niet meer herkent en ondanks de chaos.

 

‘Want?’ Maar hij kaatst de vraag terug. Zou ik nog terug willen naar het zuiden? We besluiten te blijven. Alleen niet met carnaval. Met carnaval gaan we terug. Want feesten kunnen die Limburgers wel!

 

 

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Afbeelding van Brigitte Bormans