Ergens begin maart begint het al te kriebelen. De lente komt eraan, dus er komen binnenkort ook weer asperges. Eigenlijk zei ik half februari al tegen m’n man dat het niet lang meer ging duren voor ze er zouden zijn (in ben nogal van de voorpret).
Asperges zijn voor mij zo ongeveer het leukste dat het voorjaar brengt, ik kan me er zo op verheugen. Ja, oke, lammetjes, voorjaarsbolletjes, heel leuk… maar asperges… Instant feest!
Ik probeer er zoveel en zo vaak mogelijk van te genieten, want voor je het weet is het weer Sint Jan (24 juni) en worden ze niet meer gestoken.
Dankzij het Nederlands Asperge Centrum LINK werd de beroemde aspergebox bij mij bezorgd. Verse Nederlandse AAA-asperges, een verrukkelijke Pinot Grigio van Gallo en heerlijke Kerrygold boter.

Mjam. Wij eten ze als we de kans krijgen minstens eens in de twee weken, maar ik nodig tussendoor ook steeds mensen uit om mee te genieten. Gezellig.
Omdat je nooit weet hoeveel asperges een mensch op kan neem ik voor de zekerheid een flink voorraadje in huis. Stiekem ook met het idee in het achterhoofd dat ik daar de volgende dag ook nog wat mee kan. Tuurlijk is een gekookte asperge in ham gerold een lekkernij bij de borrel, maar ik maak met m’n expres ingeschatte ‘restjes’ ook deze verrukkelijke zelfbedachte risotto:
Nodig voor 2 personen:
- 150 gram carnaroli risotto rijst
- 60 gram versgeraspte Parmezaanse kaas
- Een klein uitje fijngesnipperd
- Half glas witte wijn
- 50 gram boter in klontjes
- 1,5 eetlepel boter
- Warme kippenbouillon van een blokje
- 8 gekookte asperges, de kopjes ruim afgesneden (5 a 6 centimeter) en de rest in stukjes van 2 centimeter
De aspergeschillen van de dag ervoor heb ik met het kookvocht ingekookt. Nu zeven en het kookvocht warm houden
In een pan met dikke bodem (ik pak altijd m’n creuset-pannetje) laat je 1,5 eetlepel boter smelten. Daarin het uitje 5 minuten op laag vuur glazig laten worden. Niet bruin.
Vervolgens de rauwe rijst erin. Goed roeren terwijl je de korreltjes als het ware een soort van ‘toast’ en ze goed bedekt zijn met de boter. Ook de rijst moet niet bruin worden.
Dan gaat de wijn erbij. Als die helemaal is opgenomen, komt er een soeplepel bouillon en een soeplepel aspergenat bij, zodat de rijst goed onder staat. Steeds roeren en als alles bijna opgenomen is gaan er weer twee soeplepels in. Alsmaar regelmatig blijven roeren. Bij de derde keer dat je bouillon en het aspergenat toevoegt gaan ook de kleine stukjes asperge erin. Als het vocht er niet meer bovenop drijft, even testen of de rijst goed is, anders eventueel nog wat aspergenat erbij.
De rijst moet een beetje al dente blijven, niet ‘gaar’. En de rijst moet ook niet droog worden. Echt goeie risotto ligt niet op een bergje op je bord, hij loopt een beetje over het bord als een soort natte rijstebrij.
Vervolgens roer je de parmezaanse kaas erdoor, zet je het vuur uit en roer je de klontjes boter erdoor. Bovenop leg je de topjes van je asperges. Deksel op de pan en dan even 2 minuten laten rusten.
Opscheppen op voorverwarmde borden (ik zet die altijd even in de oven op 40 graden), met platte hand onderop het bord slaan, zodat de rijst zich mooi verspreidt over het bord.
Eet smakelijk! Of liever: Buon appetito!







