Arme buurman

 

Och, hoe schattig. Achteraf dan…

 

 

Ik hoorde mijn buurvrouw een gesprek voeren met haar kleinkind. Het jochie vertelde dat er iets héél ergs was gebeurd bij de buren nog een deur verder.

 

‘Wat dan?’ vroeg de buurvrouw.

 

‘Iets met buurman z’n arm,’ sprak het kleintje stoïcijns. ‘Die is eraf, ofzo…’

 

‘Wat???’ riep de buurvrouw geschrokken. En ik zat ook meteen rechtop in mijn tuinstoel. Want ik had namelijk óók net die gillende sirene gehoord.

 

Maar die ambulance was toch langs onze deuren gereden? Die was toch niet gestopt bij de buren twee huizen verderop?

 

Gelukkig vroeg buurvrouw nog even verder, en kon ik rustig blijven meeluisteren.

 

‘Zijn arm eraf? Hoe kom je daar nou bij?’ Ze bleef kalm naar het kleinkind toe, maar voelde waarschijnlijk dezelfde onrust als ik. Wat was er in godsnaam gebeurd met de buurman die buiten zijn huis aan het schilderen was? Hij zal toch niet van die rottige steiger zijn gevallen? Of met de schuurmachine iets geks hebben gedaan? Zijn huis is er namelijk best beroerd aan toe, en hij is dus ook steeds hele stukken kozijn aan het vervangen. Dan zaagt hij met een elektrische zaag een stukje eruit, om dat te vervangen door nieuw hout, en het daarna weer allemaal opnieuw strak in de lak te zetten. Hij zal toch niet met die ellendige zaag… Nee toch? Wat erg!

 

‘Hè nee, Tien. Hou effe op!’ spreek ik mezelf dus toe als ik wat dichter naar de heg schuif om te kunnen horen wat de kleine nog meer vertelt.

 

‘Ik weet niet zeker of zijn arm eraf is, maar buurman moet echt wel even naar de dokter hoor’, zegt het kereltje.

 

‘Maar waarom denk je dat dan?’ vraagt buurvrouw aan haar lievelingsmensje. En ik steek alvast mijn hoofd door de dikke heg die onze tuinen scheidt, maar waardoor wij elkaar steeds flessen wijn kunnen aanreiken als we plotseling zonder zitten bij onverwacht (of iets te veel) visite. Het gat waardoor je elkaar ook even een kopje suiker zou kunnen lenen, maar dat lenen wij nou nooit bij elkaar. Het is dus een behoorlijk gat geworden, omdat het meestal pakken waspoeder, flessen wijn, of hele kratten bier zijn die erdoor moeten. En soms wijzelf ook nog, als we geen zin meer hebben om nog om te lopen na gezamenlijke genuttigde flessen. Ja, je wordt erg lui van het hebben van zulke goede buren.

 

‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik geschrokken door het gat. ‘Iets met B?’

 

‘Ik weet het nog niet,’ antwoordt buurvrouw inmiddels lijkbleek. ‘Hoorde je buurman om hulp roepen?’ wil ze weten van haar kleinkind.

 

‘Nee, meer mopperen’, legt de kleine dan uit. Wat ons meteen weer een klein beetje geruststelde. Als je je arm eraf zaagt, ga je niet alleen maar een potje lopen mopperen. Toch?

 

‘Maar waarom denk je dan dat er iets heel ergs met buurmans arm is?’ wil ik graag weten.

 

‘Nou, hij was al boos, omdat hij een emmer verf had omgekieperd,’ legde het inmiddels al wel weer wat vrolijkere ventje toen uit. Maar hij trok er nog steeds een bedenkelijk gezicht bij. ‘En zijn vrouw mopperde toen boos terug dat hij de hele steiger en alle tuintegels nu ook bloedrood had gemaakt. En toen dacht ik dus dat zijn arm eraf was, of zoiets.’

 

‘Ooooo,’ haalden buurvrouw en ik tegelijk opgelucht adem met een diepe zucht. ‘Hij verft zijn kozijnen bloedrood, dus dat gaat niet over écht bloed, lieverd’, duidden wij het kereltje samen lachend.

 

‘Maar er is ook iets heel erg mis met zijn arm, hoor!’ hield het jochie vol. ‘Die zit nu op zijn kop, of zoiets!’

 

‘Op zijn kop? Uit de kom, bedoel je misschien? Ook niet leuk, maar minder ernstig.’

 

‘Nee!’ riep de kleine resoluut. ‘Véél erger!’ Want hij zei dat die steiger hem niet kon bommen, omdat zijn bovenarm nu ook nog onder zat. Nou… je bovenarm ónder! Dat lijkt mij niet fijn, hoor oma!’

 

Schilderachtig voorstellingsvermogen van zo’n jochie, toch?

 

 

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke