songfestivalfeest
songfestivalfeest

De man met de boodschap

Apollonia, de 18-jarige dochter van Caroline, had gisteren een bijzonder gesprek. Op straat. Met een vreemdeling. Over haat, maar vooral over liefde. Ze deelt het met ons.

 

Mijn moeder komt mijn kamer binnen. Huilend. Ik slaap nog. Haar woorden dringen nog maar half tot me door. ‘Aanslag.’ ‘Manchester.’ ‘Concert.’ ‘Ariana Grande.’ Langzamerhand begint mijn hoofd het te verwerken en valt het op zijn plaats. Ik schiet overeind en pak mijn telefoon. Een appje van het meisje waarmee ik vorige week naar het concert van Ariana Grande in de Ziggo Dome was: ‘Heb je het al gehoord? Dat hadden wij kunnen zijn.’ Een ochtend van tranen, nieuwsupdates en knuffels van m’n moeder volgt. Dat hadden wij kunnen zijn.

 

Terwijl ik met een salade op de bank zit te netflixen om niet te denken aan het nieuws van de ochtend, zegt mijn moeder opeens: ‘Er is iets gebeurd op de Ceintuurbaan.’ De Ceintuurbaan. Om de hoek bij mijn huis. Ze heeft een berichtje gekregen van mijn tante uit Bloemendaal, of alles wel goed gaat. Mijn moeder zoekt het meteen op: in tram 24 blijken twee koffers onbemand te zijn achtergelaten. De halve buurt is afgezet. Bewoners worden verzocht binnen te blijven. We schrikken, mijn moeder en ik, maar niet te erg. We weten namelijk allebei, zonder het te zeggen, dat als we toegeven aan de angst die diep van binnen zit, zij hebben gewonnen.

 

Omdat ik een verjaardag buiten Amsterdam heb, moet ik uiteindelijk toch de deur uit. Ik heb de deur nog niet dichtgedaan of er komt een man met een boodschappentas naar me toe gelopen. Waar de Aldi en de Action zijn, vraagt hij in het Engels. Ik wijs hem in de goede richting. Hij bedankt me en zegt dat hij niet begrijpt waarom de Ceintuurbaan is afgesloten. Voorzichtig maar kort probeer ik het aan hem uit te leggen. Hij blijkt geen idee te hebben van wat zich afgelopen nacht in Manchester heeft afgespeeld. Als ik ook dat heb verteld, kijkt hij me geschrokken aan. In het Nederlands zegt hij: ‘Veiligheid is zo belangrijk.’ Hij vervolgt in het Engels: ‘We need to trust and protect each other. But how do we do that? How can we protect each other?’ ‘I don’t know’, zeg ik. ‘How can I protect you? By loving you’, zegt hij. ‘If we all love each other, we can protect each other.’ ‘Unfortunately, there are still too many people filled with hate’, antwoord ik. ‘But love is stronger than hate. With love, we can make peace in the world. Bless you.’ ‘Bless you too’, zeg ik tegen de man met de boodschappentas, terwijl ik de straat oversteek. Hij zwaait. Ik zwaai terug.

 

Als ik de hoek om ben, rolt er een traan over mijn wang. Want ergens heeft hij gelijk. We kunnen misschien niet ervoor zorgen dat zij die haten opeens gaan liefhebben, maar we kunnen wel zelf liefhebben. Elkaar liefhebben. Niet alleen op dit soort momenten, maar juist ook op de andere momenten. Niet om daarmee te voorkomen dat dit soort dingen gebeurt, maar om erbij stil te staan. Om stil te staan bij hoe kwetsbaar en bijzonder het is om iemand te hebben. Om stil te staan bij hoe snel je iets of iemand kunt verliezen. Om het te waarderen. ‘If we all love each other, we can protect each other.’

 

Door Apollonia Brink