Adam & Eva

esther goedegebuure

 

Zal je net zien, ga je zonder make-up, met ongewassen haar de deur uit, kom je iemand tegen waarbij je de ik-zie-jou-niet-jij-ziet-mij-niet-truc, die stilzwijgende afspraak dat je even aan elkaar voorbijgaat, niet kan toepassen.

 

 

 

Iemand met wie je wel een praatje moet maken. Of wil maken, omdat je al jaren hoopt deze persoon ooit weer eens tegen het lijf te lopen, zelfs als je er op je slechtst uitziet.

 

Terwijl ik de tranen van de wind uit mijn mascara-loze ogen veeg, staat ze met haar fiets overdwars op het pad, me stralend toe te zwaaien. Het is Ilona, de leukste, liefste, beste stagiaire die er ooit rondliep op de redactie waar ik elf jaar hoofdredacteur was. Zo oorspronkelijk, fonkelend en autonoom zag ik ze zelden. Stagiaires kwamen af en aan, toch zeker een dozijn per jaar. Natuurlijk zaten er glimmertjes tussen, in een enkel geval weleens iets dat met een beetje slijpen een mooie diamant zou kunnen worden. Maar vaak genoeg waren ze verlegen, slaperig, met vanaf de tweede helft van de stage opvallend afnemende motivatie, niet altijd bijzonder belezen of geïnteresseerd in taal, soms wat onterecht onzeker maar niet zelden ook bepakt met een verbazingwekkende zelfoverschatting. Gezichten die ik niet meer zou herkennen, namen die me niets meer zeggen.

 

Behalve die van Ilona. Los van haar talent en gedrevenheid was ze vrij zonder vrijpostig te zijn, betrokken zonder te overheersen, wervelend maar nooit luidruchtig, uitbundig maar nooit hysterisch, opmerkzaam zonder betweterig te doen, attent zonder te slijmen.

 

Ze hield van wijn en paprikachips – in grote hoeveelheden – en zette de toon op de vrijdagmiddagborrel met verhalen over studentenfeestjes en jongens waar ze een crush op had. Om vervolgens een soepel bruggetje te slaan naar discussies over de vluchtelingencrises of het Midden-Oostenconflict. Of over de Genesis. Want Ilona, die weliswaar belang hechtte aan wetenschap, was ervan overtuigd dat alles was begonnen bij Adam en Eva. Ze bulderde van het lachen toen iemand opperde dat we afstammen van de apen. Denken jullie dat echt? Ilona was strenggelovig. Of streng, dat was eigenlijk geen woord dat bij haar paste. Ze was overtuigd christen, opgegroeid in een groot en warm gezin op de biblebelt. Ze had weliswaar een hang naar wat ze noemde ‘het wereldse leven’, droomde van een baan op een redactie waar naast human interest ook veel aandacht was voor mode en aanverwante verstrooiing maar bleef voor alles trouw aan een serieuze manier van geloofsbelijdenis. Een geloof waar veel dogma’s en uitgesproken normen en waarden bij hoorden. In die zin was ze een vreemde eend in de bijt in die glossy grootstedelijke omgeving. En daarmee iemand die onze voordelen wist te tackelen, die het deurtje naar anders denken openzette. Wat je noemt een frisse wind uit onverwachte hoek.

 

Die carrière op een moderedactie was het uiteindelijk toch niet, ze is nu redacteur kerk & religie bij een christelijke krant, vertelt ze vrolijk en enthousiast, die winderige ochtend in het park. Over een paar maanden gaat ze trouwen en kan ze eindelijk gaan samenwonen met haar grote liefde, in het dorp waar haar en zijn familie vandaan komt. En dan hoopt ze snel kinderen te krijgen, zegt ze glunderend.

 

Kinderen die van Adam en Eva afstammen, denk ik, als we na een warme knuffel weer uit elkaar gaan.

 

Ze mogen met haar terugkeer in hun handjes knijpen, daar op die biblebelt.