Nuttig of truttig?

 

Is beleefdheid nou nuttig of truttig? Wieke weet het wel….

 

 

Ik sta op onze crosscountrytrainer in de slaapkamer en kijk ondertussen naar Koffietijd. Zo hoor je nog eens wat. Een modedeskundige levert commentaar op iemand die trots is op haar nieuwe schoenen. ‘Ik moet het even kwijt,’ zegt hij, ‘wat een afschuwelijke schoenen en waarschijnlijk heb je er veel voor betaald ook!’ Hij kent die vrouw niet en vertelt haar ongevraagd wat hij van die schoenen vindt. Ik geef toe, ik zou ze evenmin kopen voor zeshonderd euro. Met die rare bontrandjes eromheen ook, net sneeuwschoenen. Leuk voor in Lapland als je mee moet met een rendierslee. Die vrouw kijkt beteuterd omlaag naar haar dure schoenen en zegt niets. Ik denk na over wat ik gezegd zou hebben. Waarschijnlijk dit: ‘Ga iets voor jezelf doen, zakkenwasser. Het gaat je geen bal aan wat ik voor mijn schoenen betaal.’  Al had ik zoiets gezegd, netjes is het niet.  Maar wat die modemeneer doet, kan ook niet.

 

Later deze ochtend stuit ik op een artikel over een nieuwe versie van het etiquetteboek Hoe hoort het eigenlijk? Amy Groskamp-ten Have schreef het in 1939 en Reinildis van Ditzhuyzen maakte er een moderne versie van, bekend als Dikke Ditz. Een goede vraag: wat hébben wij aan goede manieren?  Reinildis: ‘Dat zijn de smeermiddelen van de sociale contacten. Goede manieren zijn niet tuttig, maar nuttig. Maar goede manieren wekken van oudsher achterdocht. Vrijwel elke reiziger in vroegere eeuwen vond ons Nederlanders horken. De taaiste erfenis van Calvijn: complimenten en hoffelijkheid betrachten zijn vormen van veinzerij. Wie de manieren in acht neemt, is niet eerlijk.

 

En zo staan wij Nederlanders wereldwijd bekend: zó direct, dat het aan onbeleefdheid grenst. Er is behoefte aan etiquette, zegt Van Ditzhuyzen, zeker in dit tijdperk van smartphones en beeldverslaving. Eens. Kijk maar hoe mensen als beesten tekeergaan op de sociale media over onderwerpen als migranten, roetveegpieten, Ruttes gelach of plofkippen. Nog een advies van Reinildis: maak geen ruzie via Whatsapp of e-mail. Ga liever naar iemand toe. Vorig jaar heb ik zelf geblunderd via de mail. Een ruzie liep zo uit de hand, dat ik die persoon terugmailde: ‘IK LEES JOUW MAILS NIET MEER EN DELETE ZE METEEN!’ In hoofdletters ook hè? Vervolgens bemoeide een derde persoon zich er mee en zij kreeg ons om de tafel. Ruzie weer over.

 

Vraag van mij: hoe gaan we het voortaan doen? Recht voor z’n raap alles eruit knallen via de sociale media, omdat je alles moet kunnen zeggen, of tellen we eerst tot tien en bedenken we daarna hoe we meer kunnen bereiken met een hebbelijker woordkeuze terwijl we iemand aankijken? Met het vergrootglas op mijn eigen gedrag: dat wordt nog wat…

 

Door: Wieke Biesheuvel

 

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.