Gewoon declareren bij de verzekering, moet toch kunnen?

Lisette worstelt met haar geweten. Ze wil geen heilig boontje zijn. Doet ze het wel of doet ze het niet?

 

 

Twee tiener-kleinkinderen logeerden bij me en ik ergerde me aan hun telefoongedrag. Als je het niet verbiedt, zitten ze urenlang als zombies op de bank youtube-filmpjes te kijken. Dus ik zei ferm, voordat ik met de logeer-hond ging wandelen: “Als ik terugkom, moeten de telefoons uit.”

 

Dat viel verkeerd. “Je bent nog erger dan mama,” en woedend smeet er één zijn telefoon op de bank. Maar oeps, het ding kwam ongelukkig terecht op een houten kruk die ervoor stond, en het schermpje was gebroken. Kind in tranen. Consternatie alom. Ik vond het zielig. Meteen de volgende ochtend liepen we een repair-shop binnen. Vriendelijke man. Schermpje kon direct gerepareerd worden. Voor € 104,95.

 

“Misschien kunt u het terugkrijgen van de verzekering,” zei hij.
Hé, goed idee. Ik ben al iets van veertig jaar WA verzekerd en het is lang geleden dat ik iets heb gedeclareerd. Dus ik zo’n formulier downloaden.

 

Maar toen moest ik invullen wat er was gebeurd. Als de eigenaar zelf de schade heeft veroorzaakt, krijg je het natuurlijk niet vergoed. Dus ik schreef dat ik bij het stofzuigen de telefoon van mijn logé had laten vallen. En toen begon ik te piekeren.
Dat was namelijk niet waar. En het zat me niet lekker. Liegen, voor een beetje geld, ik? Maar ja, aan de andere kant…

 

“Verzekeraars zijn zelf de grootste boeven,” zei een vriend. “Premies incasseren kunnen ze goed, maar als het op uitbetalen aankomt, geven ze niet thuis. En trouwens, ze kunnen niks doen. Alleen maar vragen of het echt waar is.”

 

Ik dacht aan al die duizendjes die de verzekering al van me had geïncasseerd. En hé, ik hoef toch geen heilig boontje te zijn? Dat heet tegenwoordig een Gutmensch. Schijnt heel stom te zijn. Dus oké, doen. Ik vulde het formulier verder in. Legde de envelop op tafel.

 

En ik piekerde verder. Zo geef ik toch een slecht voorbeeld aan mijn nageslacht? Stel je voor dat ze het kind zelf zouden vragen of het verhaal dat oma vertelt, wel waar is… “Mogen ze niet,” zei dezelfde vriend, “minderjarigen ondervragen.”

 

Ik twijfelde. Ik wierp een munt op. Doen, zei de munt. Goed dan, ik ging het doen, nu echt. Niet zeuren, kom op, niet zo’n punt van maken. Zo’n drama is het niet.

 

Over naar de orde van de dag: mijn dagelijkse gym-oefeningen (pardon, mijn work-out). Het ging van geen kanten, ik voelde me zwak. Door die declaratie, wist ik. Kinesiologie werkt met dat gegeven: je spieren zijn minder sterk als je iets beweert dat niet waar is.

 

Het is ook een verkeerd signaal naar de kosmos toe, kwam in me op. Alsof ik zó arm ben dat ik wel moet liegen en bedriegen. Nou, ik moet wel zuinig aan doen tegenwoordig, maar vergeleken met het grootste deel van de wereldbevolking ben ik nog altijd schat-hemeltje-rijk.

 

Toen heb ik die declaratie toch maar verscheurd. Dan maar een Gutmensch, dan maar een sul.

 

Opgelucht.

 

Wat zou jij doen?

 

Door: Lisette Thooft

 

Lisette Thooft is rebalancer en noemt zichzelf ‘lijf- en schrijfcoach’. Ze schrijft al jaren voor vrouwenbladen en spirituele tijdschriften en is auteur van 18 boeken over persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast is ze moeder en grootmoeder