Wát moet ik doen??

Tineke moet nú iets doen. ‘D’r hien en um omdraie.’ Maar wat dat nou betekent?

 

Tineke moet nú iets doen. ‘D’r hien en um omdraie.’ Maar wat dat nou betekent?

 

‘D’r leit een skeip verwenteld bai je!’ Huh…? Ik heb een (verre) buurman aan de telefoon, maar ik woon hier nog maar kort, dus ik versta hem nog niet goed. Ik ben zo’n Amsterdamse die zo nodig ‘buiten’ moest wonen, maar de taal nog niet spreekt. Ik voel me dus eigenlijk zo’n figuur uit ‘Ik vertrek’, nu. Zo eentje die zo nodig weg moest, maar niet eerst de moeite heeft genomen om zich te verdiepen in de taal en de gewoontes van de nieuwe plek. ‘O, wat erg’, roep ik maar voor de zekerheid. Ik kan aan zijn stem namelijk wél horen dat er iets mis is. Maar wat er nu van mij wordt verwacht? Ik heb geen flauw idee.

 

‘Kan ik iets doen?’ vraag ik dan maar kalm. ‘Ja! D’r hien en um omdraie!’ roept de man ongeduldig. Maar ik weet dan nog steeds niet wat ik moet doen. En dan kan ik wel in blinde paniek naar buiten gaan rennen… Maar stel dan, dat ik daar niets ondersteboven zie hangen…? En dat ik dan te laat ben en dat er dan…?

 

Ik ga dus maar met de billen bloot en vertel snel, zakelijk en eerlijk dat ik geen idee heb waar hij het over heeft of wat ik nu moet doen. Dan legt hij me snel, duidelijk (en in het Nederlands) uit, dat er een schaap van hem – vlak bij mijn tuin – op haar rug ligt. Hij kan haar zien met zijn ‘verrekaiker’ maar is nooit zo snel bij haar als ik dat ben. En hij hield het arme schaap al in de gaten omdat ze net uit de sloot was gehaald, meldt hij ook nog (nou ja… ‘sloatwasvist’ zegt hij eigenlijk). Hij rekende er dus op dat ze onder de wol zou gaan, maar in plaats daarvan ligt ze nu weer met de ‘poten omhog, bai main skutting’. En dat betekent haar dood, omdat haar organen nu wegzakken, leer ik vervolgens. Ik krijg dus ook nog draai- en kiepinstructies en mag pas dáárna naar buiten om de nieuwe heldin van het dorp te gaan worden. Iets wat ik ook heilig van plan ben, wanneer ik het trappetje van mijn tuin opren en alvast Eye of the tiger uit de film ‘Rocky’ begin te neuriën.

 

Gelukkig kun je iemand door een verrekijker niet horen lachen

 

Ik snel richting weiland, spot mijn doel, spring soepel over mijn hek, grijp het slachtoffer en zet me schrap… Ik til, trek, draai en druk haar ferm tegen me aan en dan gebeurt het… Ik druk de hele lading vieze slootprut – die nog in haar wol hangt – zó mijn dure suède laarzen en mijn nieuwe witte broek in. Iiieeek!

 

Maar gelukkig kun je iemand door een verrekijker niet horen lachen. Dus daar heb ik niets van gemerkt toen ik als stadse heldin stond te vloeken in een weiland, terwijl ik schaapachtig werd aangekeken door tientallen blatende dames, één ram en een man met een verrekaiker. Alleen vertelt die man het op elk dorpsfeest wéér, als ze ouwe koeien uit de sloot gaan halen en hij dan de held uithangt met leuke verhalen. En da’s dan wél weer jammer.

 

 

Bij veel van wat ze dagelijks tegenkomt filosofeert én associeert Tineke (schrijfster/moeder/fotograaf/toneelregisseur/echtgenote) erop los.

Fotografie portret: Esmee Franken, Visagie Linda van Ieperen, Haarstylist Mandy Huijs

witte-balk-met-bol-tineke