Zo doet een puber dat

 

Margreet: Pubers hebben nog veel te leren, maar waar ze – vaak – goed in zijn, is vrienden maken. Even afkijken hoe ze dat doen!

 

 

In drie dagen tijd heeft m’n zoon er 25 vrienden bij. Z’n eerste dagen op de middelbare school zijn voor hem een groot blij avontuur waarin hij zich vrij en vol overgave in z’n nieuwe sociale netwerk stort. Geen enkele terughoudendheid, geen teken van angst, geen negatief geluid. Ik sla het met verbazing gade. Probeer me te herinneren hoe ik zelf die eerste dagen op de middelbare was. Ik geloof niet dat ik dat met diezelfde onbevangenheid deed. En ook daarna heb ik vrienden maken altijd een lastig ding gevonden. Ik vraag hem: ‘Hoe doe je dat dan, zo snel vrienden maken?’ En in al z’n ongecompliceerde naïviteit komt hij met een stappenplan vol wijze waarheden waar m’n mond van openvalt. Had iemand me dat 35 jaar geleden even verteld!

 

‘Nou, gewoon… Je zegt: ‘Ik ben die en die en ik hou van…’

 

1. Even voorstellen…

‘Kennismaken is de eerste fase van iedere vriendschap.’ Het is een logica die zo uit de mond van Johan Cruijff had kunnen rollen (Je moet schieten om te scoren). Als je niet kennismaakt, kun je geen vrienden worden. En hoe je dat dan doet? ‘Nou, gewoon… Je zegt: ‘Ik ben die en die en ik hou van…’ en dan zegt de ander dat ook.’

Slim: meteen bij het voorstellen zeggen waar je interesses liggen!

 

2. Onderwerpen scannen

En dan begint de zoektocht naar raakvlakken. Als je weet waar de ander van houdt, dan is er mogelijk al een match, helemaal als diegene in dezelfde levensfase zit. ‘Misschien houdt de ander net als jij van Minecraft of voetbal. Maar is dat niet zo, dan verander je het onderwerp steeds een klein beetje tot je iets vindt waar je allebei van houdt en daar praat je dan over.’

Dit vergt een beetje associatie-handigheid, dus heb altijd een paar onderwerpen achter de hand.

 

3. Smalltalk

Heb je elkaar al eens gezien, dan is het goed om terug te komen op gezamenlijke activiteiten. ‘Op dag twee ging ik gewoon bij iemand staan die ik nog niet had gesproken en vroeg ik: ‘Hoe vond je het gisteren?’, en toen hadden we meteen weer een gesprek.’

Goeie: vragen naar hoe de ander iets heeft ervaren!

 

4. Geef je grenzen aan

We laten onszelf graag van onze beste kant zien en zijn geneigd tot pleasen, maar daarbij is het goed je eigen grenzen aan te geven. ‘Toen een klasgenoot zonder het te vragen een foto van mij op Instagram plaatste, heb ik z’n telefoon afgepakt en gezegd dat-ie hem terugkreeg als-ie beloofde de foto meteen te verwijderen. Daarna waren we even dikke vrienden, hoor.’

Ook een beginnende vriendschap is gebaat bij helderheid.

 

5. Vrienden zijn

‘Je bent vrienden als je elkaar mag’, vindt zoon. Ik ben geneigd daar meteen allerlei mitsen en maren tegenover te plaatsen. Oude-menschen-woorden als: ‘Niet iedereen die je mag, kan je vriend zijn.’ Maar waarom niet eigenlijk? Wie bepaalt of jij iemand vriend mag noemen of niet? Dat ben je lekker zelf. Al zie je de hele wereld als vriend. Wat is er mis mee?!

Leg de lat voor vriendschap (en de verwachtingen die daarmee gepaard gaan) niet te hoog.

 

6. Niet te kieskeurig

En dus heeft zoonlief er in een week 25 vrienden bij. Daar vallen er vast een paar vanaf in de loop der tijd -al noemt hij de 27 klasgenootjes van de basisschool ook nog allemaal vrienden – maar wat is er mis mee om aanvankelijk de deur wagenwijd open te zetten voor nieuwe vriendschappen?

Wees onbevangen in het aangaan van nieuwe contacten.

 

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze werkte jaren bij Libelle, waar Franska haar baas was. In de loop der jaren bloeide er een voorzichtige vriendschap tussen de twee, die zich nog steeds aan het ontwikkelen is.

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter