Verslaafd aan succesverhalen

 

Van zuurstoftherapie tot zwemmen met dolfijnen, tegenwoordig zijn de mogelijkheden onbegrensd als je een gehandicapt kind hebt. Elise wordt daar heel onrustig van. Dus doet ze maar niets.

 

 

Vroeger was het makkelijk. Als je een gehandicapt kind kreeg, was daar verder niets aan te doen. Na een jaar of wat goedbedoeld aanmodderen, kon je het zonder scrupules in een tehuis stoppen en vrolijk doorgaan met je leven. Niemand die het je kwalijk nam of je van slecht ouderschap betichtte. Als ze dat al deden, kreeg je het nooit te horen want Twitter bestond nog niet.

 

Tegenwoordig zijn de mogelijkheden onbegrensd. Als ik wil, kan ik met mijn spastische zoon van de ene zuurstof therapie-tank op de andere dolfijn springen, hippo- met hydrotherapie afwisselen en via de Bobathmethode doorstromen naar een Feuersteingroep.

 

Ik word daar dus heel onrustig van. Het enige dat we serieus hebben overwogen, is een hardvochtig Hongaars klasje, waar rolstoelen niet welkom zijn en alles van hout is. Dit leek mij voor Ties, als vierjarig spastje, een uitermate geschikte methode om hem enigszins op de been te krijgen. De drie assistenten die tegelijkertijd nodig waren om hem op één houten bankje te positioneren, dachten daar anders over. Bij de afwijzing heb ik zo hard gehuild dat de bril van de revalidatiearts besloeg.

 

Uit pure zelfbescherming, want ik huil nogal snel, begin ik maar nergens meer aan. Toch blijf ik verslaafd aan succesverhalen van ouders die hun kind met liefde en volharding uit een rolstoel of coma trokken. Zo las ik laatst ‘Son Rise, the miracle continues’, over een kind dat voor idioot werd versleten maar dankzij zijn ouders op de universiteit eindigde. Na afloop voelde ik me totaal mislukt. Als mens. Als moeder. Als vrouw. 

 

Hoe kunnen ze dat? Maandenlang 24 uur per dag hun zoon observeren. Hebben ze geen baan? En wat doen ze met hun andere kinderen: vastbinden in de kelder? 

 

Ik lees over nachtenlange gesprekken van de ouders. 
Samen lachen. Samen dansen. Samen huilen.
‘Waarom huil jij nooit om Ties?’ vraag ik aan mijn man naast me op de bank. ‘Deze vader doet dat wel.’
‘Waarom rij jij altijd deuken in de auto?’ antwoordt hij. ‘Ik doe dat niet.’
Omdat hij daar best een punt heeft, dring ik verder niet aan. We hoeven ook niet samen te huilen. We hoeven niet maandenlang onze gehandicapte zoon te observeren. We hoeven geen Miracle Story te worden.
‘Kom,’ zeg ik tegen Ties, die hoopvol opkijkt omdat zijn luie ouders hem al twee uur voor de tv hebben gezet. ‘We gaan wandelen. Zuurstoftherapie.’

 

 

 

Elise van der Velde is freelance copywriter, schrijft zich een slag in de rondte en probeert dit alles zo gracieus mogelijk te combineren met haar gezin van vijf. Geen huisdieren, dat moest er nog bijkomen.

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Linda van Iperen. Haarstylist: Mandy Huijs.