34 miljoen

Veel geld verdienen, daar is niks mis mee. Maar het allemaal zelf houden, dat is verkeerd. Althans, dat denkt Lisette.

 

 

Als er reclame voorbijkomt op tv voor een loterij die een hoofdprijs van 34 miljoen of zo in het vooruitzicht stelt, zeg ik meestal bezwerend: ‘Ik moet er niet aan denken.’ Want het lijkt me een ramp om zo veel geld te hebben. Wat moet je ermee? Oké, je huis afbetalen en een smak geld naar je kinderen schuiven en heel fijn op vakantie gaan. Maar dan? Dan zit je nog steeds met een enorm aantal overtollige miljoenen. Hoe verdeel je zo veel geld? Wat moet naar wie? Hoeveel kan ik besteden aan mezelf, zonder van mezelf te gaan walgen? Gelukkig is de kans minimaal dat mij zo’n lot treft.

Toen mijn dochter op de middelbare school zat, een beetje een kakschool eerlijk gezegd, hadden we vaak verhitte debatten over de vraag of het moreel verkeerd was om rijk te zijn, dus of rijke mensen slechter waren dan arme. Ik vond eigenlijk van wel en zij vond van niet. Rijke mensen zijn niet beter of slechter dan anderen, zei ze, dat heeft niets met geld te maken. Je hebt er goeden onder en minder goeden, net zoals onder de armen. Dat vond ik wel een mooi objectief standpunt, maar ik bleef toch koppig geloven dat er iets mis was met meer geld vergaren dan je nodig hebt. ‘Het zijn toch roofridders,’ zei ik. ‘Ze graaien een berg geld bij elkaar ten koste van anderen.’

In die tijd was ik ook hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Genoeg’, voorheen ‘De Vrekkenkrant’, en ons motto was Gandhi’s beroemde uitspraak: ‘De wereld heeft genoeg voor ieders behoeften, maar niet voor ieders begeerten.’ De vraag is natuurlijk: wat is genoeg? Waar houdt behoefte op en begint begeerte? We kwamen er niet uit.

 

‘In plaats van geld te schenken aan arme zwarte gezinnen, heeft hij een Hawaïaans eiland gekocht’

 

 

Nu zag ik op Facebook een artikel op een website van Current Affairs, van de mij onbekende Amerikaanse journalist A.Q Smith, die stelt: het is gewoon immoreel om rijk te zijn. Niet om veel geld te verdienen, want stel dat heel veel mensen een beetje geld overhebben om jou te zien spelen op een sportveld, dan krijg jij dus veel geld en daar heb je niets verkeerds voor gedaan. Maar het is wel slecht om het te houden. Want, zegt hij, jij hebt geld over en andere mensen hebben te weinig, en als zij lijden en jij doet er niets aan, ben je dus immoreel. Larry Ellison van Oracle bijvoorbeeld heeft 55 miljard dollar en in plaats van dat te schenken aan arme zwarte gezinnen die geen huis hebben, heeft hij een Hawaïaans eiland voor zichzelf gekocht. Extreem rijke mensen die aan liefdadigheid doen, denken doorgaans vooral aan hun reputatie en besteden het geld vaak dwaas.

Volgens Smith van Current Affairs zou je een soort ‘moreel maximum inkomen’ kunnen stellen en daarboven moet je dan alles weggeven, verplicht. We kunnen het ruim houden, zegt hij: 100.000 dollar per jaar bijvoorbeeld per persoon en 50.000 per kind, dan kun je nog steeds in gigantische luxe leven zonder je schuldig te voelen, maar er is tenminste een grens.

Hé, dacht ik, eindelijk iemand die zegt wat ik eigenlijk denk. Dit is precies waarom ik er niet aan moet denken. En wat prettig om zo’n grens te hebben. De kans dat ik dáár voorbij kom, is ook al minimaal.

Dus ik ben een Goed Mens. En al die steen- en stinkrijke mensen niet, lekker puh. Ik heb gewonnen.

Daarna dacht ik: Hm. Dat heeft toch iets armoedigs, zo’n gedachte.

 

 

Lisette Thooft noemt zichzelf ‘lijf- en schrijfcoach’. Ze schrijft al jaren voor vrouwenbladen en spirituele tijdschriften en is auteur van 17 boeken over persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast is ze singer-songwriter, in opleiding tot rebalancer, moeder en grootmoeder.
www.lisettethooft.nl

 

witte-balk-met-bol-lisette