songfestivalfeest
songfestivalfeest

‘We dachten dat we dood zouden gaan’

 

Hoe voelt het als je denkt dat je nog maar 15 minuten te leven hebt?

 

 

Voelen hoe je overlevingsdrang je eigen instinct overneemt. Wat doet dat met je? Om 08:08 ’s ochtends kreeg gisteren de hele bevolking van Hawaii een bericht dat een afschuwelijke chaos veroorzaakte..

 

EMERGENCY ALERT – BALLISTIC MISSILE THREAT INBOUND TO HAWAII. SEEK IMMEDIATE SHELTER. THIS IS NOT A DRILL. 

 

 

Meer dan 30 minuten later stuurde de staat een correctie-berichtje. Een staatsmedewerker had per ongeluk op de verkeerde knop gedrukt en daarmee de raketwaarschuwing doorgestuurd. In de categorie ‘oeps, foutje’. Over wat er in die 30 minuten  gebeurde deelt Carla Herreria, een verslaggever van de Huffington Post in Hawaii haar verhaal. 

 

’Als verslaggever die de dreiging van een nucleaire oorlog met Noord-Korea heeft beschreven, wist ik al te goed dat we maar 15 minuten hadden om beschutting te zoeken, voordat de raket zou inslaan. Ik wist dat gebouwen met betonnen muren de veiligste gok waren, dat je uit de buurt van ramen moest blijven en niet recht in het licht moest kijken.

 

Toen ik ‘THIS IS NOT A DRILl’ (dit is geen oefening) las, begon ik te rennen.

 

Ik was onderweg naar het strand, maar ik rende terug naar huis en stormde de slaapkamer in, trok de deken van mijn partner Jonathan af en pakte mijn rok, mobiel en computer. Jonathan schoot uit bed, toen ik hem vertelde dat er een raket op Hawaii gericht was. ‘Het is geen oefening!’ zei ik. ‘We moeten naar beneden!’ 

 

Ik nam een fles water onder m’n armen, maar toen hij begon te lekken gooide ik hem weg. We renden snel naar het appartement van de buurvrouw. Ik stuurde iedereen snel naar de badkamer die betonnen muren heeft. Ik zat op de grond en rook de geur van de vuile kattenbak en Jonathan zat op het bad. Mijn buurvrouw had de waarschuwing nog niet gezien, dus ze wist niet wat er gebeurde. Ik probeerde het haar uit te leggen, maar ik spreek snel als ik nerveus ben. Ze begreep er dus niks van. Toen belde mijn oudste zus, die in de buurt woont. Het was intussen 08:09 uur.

 

Zij, haar man en haar 5 maanden oude zoon stonden op het punt hun huis te verlaten en om naar het huis van haar schoonfamilie te gaan. Ze stond erop dat we er ook heen gingen. Het staat hoog op een heuvel, zei ze. Het zal daar veiliger zijn en we zullen allemaal samen zijn. 

 

Ik vroeg Jonathan of we moesten gaan. ‘We moeten snel een beslissing nemen’, smeekte ik. ‘We hebben minder dan 15 minuten om er te komen.’ 

 

Onderweg naar de auto zag ik mijn buurvrouw in een handdoek op haar veranda staan. Ze keek verward en ik smeekte haar om naar binnen te gaan en naar de benedenverdieping van haar huis te gaan – die met betonnen muren en maar een paar ramen. Ik voelde me schuldig toen we in paniek wegreden, maar ik wist niet wat ik anders moest doen. Ik wilde naar mijn familie. En het was voor haar toch veiliger om te blijven. 

 

Onderweg kwamen auto’s aanrijden om voetgangers te vertellen dat ze dekking nodig hadden. We hebben een paar toeristen gewaarschuwd om naar binnen te gaan en daar te blijven. We reden snel. Iedereen buiten leek in de war. De politieauto’s, die meestal blauwe lichten hebben, hadden rode lichten aan gezet. Weinig mensen wisten wat ze moesten doen. 
Het was een erg mooie dag, afgezien van de chaos. Er waren bijna geen wolken boven de Stille Oceaan en de bergen zagen er zo groen uit. Je kon helemaal naar Kaena Point kijken. 

 

Om 08:17 uur, toen we halverwege waren naar het huis, opende ik de groepschat van mijn familie en schreef: ‘Ik hou van jullie allemaal, zorg alsjeblieft dat je veilig bent’. Ik wist niet zeker wat er daarna zou gebeuren, maar mijn ouders die in Californië wonen, en mijn andere zus, die aan de andere kant van het eiland was, moesten dit weten. 

 

 

Toen haalde ik diep adem en kneep Jonathan in zijn hand. Hij keek me aan en ik zei hem dat ik van hem hield. Hij hield ook van mij. De wereld bleef even stil staan en ik dacht bij mezelf ‘We doen dit samen en dat maakt het goed’. 

 

Op het laatste stuk van onze rit zaten we vast achter een heel langzaam rijdende tractor die bergopwaarts om een blinde hoek reed. Jonathan en ik ruzieden over de vraag of we hem moesten inhalen of niet. 

 

‘Het is gevaarlijk om die vent hier in te halen,’ zei hij. ‘We zouden een botsing kunnen krijgen!’

 

“Maar de raket dan? We kunnen te laat zijn!”

 

Minimaal een minuut lang hadden we dit meningsverschil over welke manier van sterven het ergste was. Mijn bloed kookte. Ik kon niet geloven dat ik mezelf tijdens de laatste momenten van ons leven probeerde te verdedigen tegenover mijn partner. We hadden gewoon ruzie over een tractor! 

 

Na wat een miljoen jaar leek, zwaaide de man in de tractor om ons om hem heen te laten. We lieten de ruzie direct los en Jonathan reed snel door. 

 

Ik wist dat we eigenlijk geen tijd meer hadden. 

 

Het was 08:20 uur, en we moesten nog vijf minuten. Die 15 minuten voor een raket kan raken is niet eens een vaste regel. Sommige experts schatten dat de raket hier binnen 12 minuten zou kunnen zijn. Ik zette me schrap voor het geluid van sirenes of een luide knal. Ik staarde naar de weg. 

 

Er gebeurde niets.

 

Ik realiseerde me dat het verlaten van het appartement met de betonnen muren van onze buurvrouw de slechtste beslissing was geweest die we die dag hadden genomen. Het voelde op de een of andere manier toch goed. Ik voelde een gevoel van kameraadschap. Ik moest bij mijn familie zijn. Ik vond het ook niet erg als ik stierf omdat ik bij hen wilde komen. Ik weet niet of dit dom of nobel is. Ik vind het ook prima als het het allebei is. 

 

Om 08:23 uur kreeg ik een sms van mijn andere zus aan de westkant van het eiland. Ze kende een politieagent die haar vertelde dat een staatsmedewerker op de verkeerde knop had gedrukt en daarmee de raketwaarschuwing had verstuurd. Een minuut later arriveerden we bij het huis op de heuvel. 

 

Ik moest overgeven. 

 

Mijn zus, haar familie, de broers van haar man, hun vrouwen en kinderen verzamelden zich rond de eettafel in de woonkamer terwijl onze ouders koffie voor ons maakten. We aten appelschijfjes terwijl we grapjes maakten over een nucleaire oorlog. We bespraken betere ontmoetingsgebieden voor noodsituaties en stemden in met een plek die minder dan een minuut verwijderd was van al onze huizen. We deelden overlevingstips. We hadden het over de dood en over dat niemand hier eigenlijk iets aan kan doen.

 

Om 08:45,  37 minuten nadat ik Jonathan uit bed had getrokken en voor mijn leven rende – stuurde de staat een correctie die op ieders telefoon te lezen was. 

 

Ik moest opnieuw overgeven 

 

 

 

Door Danique van Leeuwenstijn