Het Achterhuis

 

De tastbaarheid van die twee jaar in die paar kamers had me binnen luttele seconden te grazen genomen en totaal van mijn stuk gebracht.

 

Het huis van Anne Frank, ik was er nog nooit geweest. Al veertig jaar Amsterdammer en nog nooit naar het Achterhuis. De halve wereld heeft ervoor in de rij gestaan. Voor mij was die rij altijd net een brug te ver. Vorige week kwam het er eindelijk van, omdat het Anne Frank Huis eens in de zoveel tijd een avond speciaal voor Amsterdammers organiseert. Amsterdammers die, net als ik, blijkbaar alleen uit hun stoel komen als ze niet uren op de stoep hoeven te staan voor een bezoek aan Anne Franks erfgoed. Erfgoed dat een week eerder, totaal vernieuwd, door onze koning werd heropend.

 

Het was donderdag, het was avond en het was buiten donker, nat en koud genoeg voor handschoenen op de fiets. Binnen was het warm en (vrij) stil. De rondleiding begon met de verschrikkingen waarvan ik de feiten al kende. Kamer na kamer, trap na trap, werd ik met de gesproken rondleiding in de hand door de gruwelen van de tweede wereldoorlog geleid. Ze lieten me niet koud – natuurlijk deden ze dat niet! Maar ze hakten er niet in als in dat ze onder mijn huid ging zitten.

 

Totdat ik bij de boekenkast kwam. De boekenkast die de poorten naar de hel gesloten had moeten houden en die nu, bijna uitnodigend, open stond en ‘kom gerust binnen’ prevelde. ‘Twee jaar’, zei de rondleidstem. En ik voelde de tijd waaraan geen einde kwam, de angst en de tergende onzekerheid, de hoop en de wanhoop, de onderlinge irritaties, de dodelijke verveling, de troost, de woede, de frustraties en alle andere emoties waar ik godzijdank geen notie van heb. Twee jaar in een paar kamertjes. Met ramen die niet open mochten, met altijd stil en zo onzichtbaar als mogelijk moeten zijn. Twee jaar. En net toen de hoop voorzichtig wilde gaan zegevieren – de bevrijder had Maastricht immers al zo goed als bereikt – viel de Gestapo, gealarmeerd door de een of andere laaghartige verrader, dwars door de boekenkast het Achterhuis binnen. De tastbaarheid van die twee jaar in die paar kamers had me binnen luttele seconden te grazen genomen en totaal van mijn stuk gebracht. De familie Frank zat onder mijn huid.

 

 

 

Buiten gekomen besloot ik een stuk met de fiets aan de hand over de gracht te lopen. Om na te denken over die oorlog, over oorlogen in het algemeen en om mijn hoofd hopelijk leeg te maken. Al lopend passeerde ik een moslima. Ze was zo ‘in vol ornaat’ dat ze mijn aandacht trok. En niet alleen die van mij, want twee jochies namen er hoorbaar aanstoot aan. Alsof het allemaal nog niet genoeg indrukken waren voor vandaag, besefte ik, door wat de jochies riepen, dat het lijkt alsof we er allemaal geen snars van geleerd hebben. Want zijn er niet net als in de tijd van Anne Frank alweer allemaal groepen van mensen die niet mogen zijn wie ze zijn? Als ik niet uitkeek kwam ik straks nog thuis met de familie Frank onder mijn huid en het leed van heel de wereld op mijn schouders.

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Brigitte Bormans