Help! Mijn bureau is zoek!

 

‘Lief, wil jij voor mij even naar deze rekening kijken?’ Zo begint het meestal.

 

 

‘Ja hoor, leg maar op mijn bureau,’ zeg ik dan. ‘Ik heb op mijn bureau een stapeltje papier liggen, waar ik nog even naar moet kijken, dus leg hem daar maar bij.’

 

Althans… één stapeltje papier? Nu is dat stapeltje blijkbaar aan het werpen geweest, en liggen er ineens zes kleinere stapeltjes naast. Zo raar.

 

‘Mam, kun jij even het artikel doorlezen dat ik heb geschreven?’ roept dochterlief dan.

 

‘Ja hoor, leg maar…’, nou ja, jij weet dus inmiddels waar dat neergelegd kan worden.

 

‘Op welke stapel?’ roept dochter als zij boven is, maar ik nog steeds beneden in de keuken sta. Ik wil eerst even mijn boodschappenlijstje afmaken, voordat ik aan het werk ga.

 

‘Ehh… doe maar op de meest rechtse’, gok ik, terwijl ik zie dat er ook nog iets anders op het aanrecht ligt. Een overzicht dat ik snel moest doornemen, goedkeuren en terugsturen. Oeps. En ook nog een boek dat ik wil lezen om me ergens in te verdiepen, voordat ik er een artikel over ga schrijven. Nou jaaaa, zeg. En een rekening die allang betaald had moeten worden, en ach, kijk nou… er zit ook al een kerstkaart in die stapel post die ik vorige keer blijkbaar hier heb achtergelaten. 

 

O ja, kerstkaarten. Die moet ik ook nog schrijven! Ik leg deze kerstkaart dus maar snel op de stapel die straks op één van de stapels op mijn bureau moet komen. Om mezelf eraan te herinneren dat ik die kerstkaarten nog moet aanschaffen, en de postzegels ook. En dat ik eerst nog op zoek moet naar die lijst met adressen die ik ooit maakte, omdat ik mijn adresboekje ineens zo achterhaald vond. Dat adresboekje waarvan ik altijd precies wist waar het lag. Iets wat ik van dat bestandje in mijn computer niet kan zeggen. Dat is een bestandje geworden dat ik elk jaar moet zoeken en daarna dan uitprint, omdat ik dat makkelijker vind dan mijn laptop steeds meenemen naar de keukentafel waar ik graag de kerstkaarten schrijf. Tssss. Dom eigenlijk.

 

En terwijl ik dat sta te overdenken, en mijn koffiezetapparaat ondertussen zijn allerlaatste adem uitblaast – ai, straks dus ook nog even naar kijken – komt de buurvrouw binnen. Of ik haar alsjeblieft (op anderhalve meter) kan helpen met een brief die haast heeft?

 

‘Tuurlijk, lieverd. Loop maar naar boven, naar mijn werkkamer. Ik kom er zo aan. Wil je koffie?’ O, shit. Dat apparaat is stuk. Nou, dan nemen we maar een kopje thee.  

 

En dan gaat de bel. De postbode! De postbode met drie grote enveloppen vol met werk. Werk dat nu nog geen haast heeft, maar dat wel op één van de stapels moet komen op dat ene bureau in die ene kamer waar ik nu echt snel naartoe moet, omdat anders mijn thee alweer koud is en mijn werkdag voorbij.

 

Ik snel dus naar boven, naar de buurvrouw en de stapels werk op mijn bureau.

 

Maar ehhh… huh? Waar is mijn bureau eigenlijk?

 

O, ja! Daar had ik vanmorgen ook nog een wasmand vol met vouwgoed op gezet! Pffff. Eigenlijk is dat bureau inmiddels onvindbaar geworden door al het werk dat erop ligt. Ik zet dus de thee op het tafeltje naast mijn bureau, en ik begin maar met het weghalen van de wasmand om weer een klein beetje overzicht te creëren.

 

En dan zie ik het: de buurvrouw heeft alle was die erin zit al voor me opgevouwen!

 

Nou jaaaa… Hoe lief is dat dan? En hoe lekker ruimt zoiets dan ook op in je hoofd?

 

Als ik nu zelf even snel al die andere stapels wegwerk, dan lijkt het weer net of ik nooit iets te doen heb.

 

Want écht! Dat is wat sommige mensen dus denken, hè. Dat ik niks doe! Nou jaaaaa.

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Afbeelding van Tineke