songfestivalfeest
songfestivalfeest

De deurbelterreur

 

 

De deurbelterreur du moment

 

Mijn buurt heeft een hypnotiserende werking op iedereen die graag op een deurbel drukt. Omdat ik een ruggengraatloos weekdier ben, heeft dit inmiddels geleid tot maandelijkse afdrachten aan Stichting Vluchtelingenwerk Nederland, Artsen Zonder Grenzen, de Hartstichting en ga zo nog maar even door. Tegen elke vriendelijke student die aanbelt met een iPad in zijn handen pruttel ik nog dat ik behoefte heb aan die goeie ouwe collectebus, maar als ik hem dan weer hoor zeggen dat ik de enige ben die überhaupt open heeft gedaan tot dan toe, zwicht ik en begin ik met het invullen van mijn gegevens.

 

Inmiddels vind ik het weer welletjes en wil ik die maandelijkse bijdragen afmelden. Maar dat doe je dus niet. Want gedoe. Dus neig ik er naar om ook niet meer te reageren op deurbellen die rinkelen na 19:30 ’s avonds. Nog zoiets. Waarom belt iedereen na 19:30 ’s avonds. Omdat ze denken dat de kinderen dan op bed liggen en moeders aan een kopje koffie nippen en alle tijd hebben?

 

Dat was vroeger misschien zo. Ik sta dan nog met zweet op de bovenlip iedereen door de wasstraat te trekken.

 

En als je dan aanbelt zo rond kwart over acht, precies op het moment suprême waarop ze net de oogjes leken te sluiten, dan heb je aan mij geen goeie.

 

De deurbelterreur kortom, ik ben er maar druk mee.

 

Deze dagen zijn zo mogelijk nog erger. Werkelijk iedereen komt zijn deel opeisen. Vroeger gebeurde dat rond de jaarwisseling (zij wensten jou een gelukkig nieuw jaar en jij gaf een euro) maar nee hoor, bij mij begon het twee weken geleden al. De jongen die de folders elke week door de bus deed, wenste ons heeerlijke dagen. Daarbij keek hij me lang en indringend aan. Ah, de folders, dacht ik. Al een jaar lang zeg ik tegen mezelf dat ik die nee/nee sticker moet bestellen en elke week zucht ik weer als ik die stapel huis aan huis bladen op de mat zie liggen. Zo zonde van alles. Papier, bezorgen. Afijn. Maar daar kan die jongen ook niets aan doen. Dus ik geef hem een euro. Of twee.

 

Dan is daar het buurtsufferdje. Ook geen letter in gelezen. Maar ook daar kan die man niks aan doen. 

 

Dan komt de jongen van het dagblad. “Goh, zeg ik. Je bent de derde en ik heb bijna geen klein geld meer. “ Ik kijk in mijn portemonnee en roep verheugd uit; ‘Oh, ik zie nog drie euro. “Dan kom ik een volgende keer wel terug.” Ik ben zo verbaasd dat ik maar even niets zeg.

 

Een half uur later. De bel. Weer. Mijn overbuurvrouw. Uitgerust met kladblok en pen. Of we met de buurt geld kunnen inzamelen. Voor de postbode. Want die man verdient toch ook wel eens een schouderklop. Ze dacht zelf aan vijf euro per gezin. Ik denk ‘víjf euro?? Dan krijgt die man een cadeau van 30 x 5 = 150 euro!! Waarom???” Maar ik zeg dat ik nog maar drie euro heb. “Ook goed” Mijn daadkrachtige buuv vinkt mijn naam af.

 

Ik beweeg tussen twee gedachten. Dat ik morgen toch echt die sticker moet bestellen en dat als ik me hier druk om kan maken ik gezegend ben met een mooi leven. Fijne Kerst.

 

 

Door: Pleuntje van der Horst