Dit geval zou van pony zijn gemaakt en ik vond het eigenlijk drie keer niks. We hadden thuis paarden en pony’s moet je weten en als ik in mijn jas aan hun hek ging staan, vond ik dat niet alleen een bezopen gezicht, maar zat ook mijn grote dierenhart me in de weg. In de jaren tachtig en negentig durfde geen hond zich nog in bont te vertonen. Bang om door razende actievoerders ondergespoten te worden met groene verf. Hoewel daar echt wel lef voor nodig is ging me dat weer wat ver.
Goed nieuws voor mij toen ik hoorde dat de verkoop van echt bont op Amsterdamse markten als de Albert Cuyp en het Waterlooplein binnenkort hoogst waarschijnlijk aan banden wordt gelegd. Volgens de Partij voor de Dieren, van wie dit initiatief komt, weet lang niet iedereen of het om echt bont of om imitatiebont gaat en is ook lang niet altijd bekend waar het vandaan komt – en er zijn nu eenmaal landen die het met het dierenwelzijn heus niet zo nauw nemen -. Het gaat overigens hierbij niet alleen om hele jassen van bont, maar vooral ook over mutsen, kragen en andere artikelen. Want ja. Aan echt bont, ik kan het helaas niet mooier maken, ligt vaak gruwelijk dierenlijden ten grondslag.
De bonthandel is een tamelijk gesloten wereldje, schijnt het. Maar sinds de praktijken achter de productie van echt bont meer en meer naar buiten kwamen, zien ook steeds meer modehuizen en –merken van echt bont af. Zo gingen onder andere Mc Gregor, Hugo Boss, Armani, Gucci, Michael Kors, Jimmy Choo, Donna Karan, Versace en John Galliano al overstag.
En echt bont? Waarom zouden we ook nog? Om ons te beschermen tegen Siberische winters? Zijn er dan niet plenty andere stoffen en materialen die het wat dat betreft minstens zo goed, zo niet beter, doen? Als statussymbool? Een echte bontmantel? Omdat het zo chique staat? De betere imitaties zijn letterlijk niet van echt te onderscheiden!
Zie je wel dat we de wereld ook best een beetje beter kunnen maken?