Toiletjuffrouw

 

Akelig, dom en lelijk, zo voelde Tineke zich altijd als ze weer eens gepest werd door dat meisje op school. Maar haar wraak was zoet…

 

Ik loop in een warenhuis wanneer ik merk dat ik heel nodig moet plassen. Gelukkig kan dat daar. En gelukkig zitten er mensen die de toiletten lekker fris houden en daarom vind ik het helemaal niet erg om ervoor te moeten betalen. Ik ben deze mensen juist dankbaar en vind dat ze erg nuttig werk doen. Ik groet ze dus altijd hartelijk en doe dat ook bij deze (toch wel wat) chagrijnig kijkende dame. Daarna sluit ik me op in het naar lavendel geurende hokje.

 

Maar dan krijg ik het plotseling benauwd. Wat raar… Zo krap is dat hokje toch niet? Maar ik doe wat ik doen moet, pak alvast mijn portemonnee, zie dat ik alleen maar munten van twee euro (en een paperclip) heb, maar vooruit… ik vind het dat wel waard. Daarna was ik mijn handen en hoor (tegelijkertijd) de toiletjuffrouw héél verveeld zuchten.

 

En dan moet ik ineens denken aan vroeger. Aan de school waar mijn pennen en mijn paperclips altijd gepikt werden. Aan de meesters, de juffen, de gymles. En terwijl ik mijn handen afdroog, moet ik ook ineens denken aan een Rolo-reclame. Die ene met die olifant, die ooit de prijs won voor de beste reclamespot. Nana-nana-naa, zingt het ineens door mijn hoofd. Sjonge, wat zijn mijn hersens in de weer, zeg.

 

‘Nana-nana-naa!’ zingt het ineens door mijn hoofd

 

Maar dan zie ik de toiletjuffrouw plots bukken en net iets te lang in haar tas rommelen. En dat maakt dat ik moet denken aan de disco waar ik vroeger altijd heen ging. Oh ja, daar werd die ene, arme toiletjuffrouw altijd zo neerbuigend behandeld door dat ene meisje uit mijn klas. Dat arrogante kind dat altijd iedereen te min vond en mij ook altijd zo pestte. En dan zong zij ook altijd dat vreselijke deuntje. ‘Nana-nana-naa.’ Ik heb er nog steeds een hekel aan.

 

En als ik mijn twee euro wil gaan neerleggen, dan valt het kwartje.

 

Zij is het! Zij is dat meisje dat altijd zo op iedereen neerkeek! Dat meisje dat mij ook vaak pijn deed. Ze vond me dom, akelig en lelijk. En ze zette me ook altijd voor schut bij de jongens. Zij is dat meisje dat later héél beroemd zou gaan worden en een rijke man zou gaan trouwen. En dan zou ze een personal assistant krijgen en héél veel geld. En dan zou ze door de hele wereld worden aanbeden en dan…

 

Ohhh, mag ik? Eén keertje maar! En ik voel me meteen weer dom, maar ik doe het toch…

 

‘Nana-nana-naaa,’ zing ik, als ik de paperclip op het schoteltje werp. En ik voel me meteen akelig en lelijk. Ze had dus wél gelijk.

 

  

Bij veel van wat ze dagelijks tegenkomt filosofeert én associeert Tineke (schrijfster/moeder/fotograaf/toneelregisseur/echtgenote) erop los.

Fotografie portret: Esmee Franken, Visagie Linda van Ieperen, Haarstylist Mandy Huijs

witte-balk-met-bol-tineke