Spiegeltje, spiegeltje, niet aan de wand…

 

Misschien is Wieke wel mooier met visagie en modieuze kleren, maar ze vindt het bevrijdend om er niet aan te hoeven denken.

 

In een bejaard krantenartikel lees ik hoe ene Arkasha tien dagen zonder spiegel heeft geleefd. Die heftige bevalling vond zij een artikel waard. Professor Paul Verhaeghe vindt dat spiegels erg dwingend zijn geworden. We loeren er veel te veel in. In zijn boek ‘Identiteit’ schrijft hij dat ons identiteitsgevoel voor een groot deel door onze omgeving wordt bepaald. Hoe we ons gedragen, hangt deels af van de maatschappij, de sociale context waarin we opgroeien en van de mensen om ons heen. Tot zover niks nieuws. Maar: spiegels spelen daarbij een grote rol.
Ik stel het me voor: tien dagen geen spiegels. In Zambia draai ik daar mijn hand niet voor om. Wij hebben er maar eentje. In het donkere deel van onze gang hangt een soort lachspiegel. Hij laat je van boven dik zijn en van onderen dun. Precies goed in mijn geval, dus de noodzaak daarin te kijken is er niet. Voor af en toe een lik Nivea en m’n haar borstelen heb ik geen spiegel nodig. Qua kleding let niemand op mij, dus het dondert niet wat ik aan heb. Aan make-up doe ik ook niet. Dat zweet er toch maar af.
Dus hier zien mensen om mij heen een ongeverfde vrouw in flodderbroek en dito bloes. Misschien ben ik wel mooier met visagie en modieuze kleren, maar het is zo bevrijdend om er niet aan te hoeven denken. Je houdt oceanen aan tijd over. In dit geen-onzin-land waarderen ze me toch wel.

 

M’n kapper zegt altijd: ‘Wat een
ontploffing op je hoofd, popje!’

 

Ben ik in Nederland, dan zijn de spiegels terug. Overal. En wat denk ik dan? Jemig, ik zie er gewoon NIET uit! Gauw online kleren bestellen en naar de kapper. Die altijd zegt: ‘Wat een ontploffing op je hoofd, popje!’ Welke spiegels ook heel erg zijn? Die in vliegtuigtoiletten met hun genadeloze licht. Dan zie je niet jezelf, maar een grauwe honderdjarige met een snoet vol vouwen, vermoeide ogen en lippen met vellen. Vliegen doet niets voor je uiterlijk. Maar je komt wel waar je graag wezen wilt. Daar heb ik wel een verlepte kop voor over.
Nou mensen, ik lijk wel op Arkasha. Ik wijd óók een stukje aan De Verderfelijke Spiegel. Gewoon niet te vaak in kijken. Tussen ‘nooit’ en ‘elk uur’ ligt de middenweg van – bijvoorbeeld – één keer per week, of per dag. Net wat je prettig vindt. Als we maar onszelf blijven, want dat is zo’n lekker gevoel.

 

 

Wieke Biesheuvel is columnist bij Libelle, schrijft boeken, woont in Zambia en helpt de plaatselijke bevolking met medewerking van haar vriendinnen hier aan waterputten.

 
witte-balk-met-bol-wieke