Mond vol tanden

 

Dat geld voor zo’n tandartsrekening, dat had Wieke niet.

 

‘Misschien moet je later een gebit’, zei de tandarts die mij vanaf mijn tiende tot mijn dertigste onder behandeling had. Daar schrok ik van, maar ik hield van die tandarts, omdat hij mijn kiezen zo mooi had gerestaureerd. Die waren verpest door een andere tandarts in onze vorige woonplaats Wassenaar (chique man, dat wel) en deze tandarts (helemaal niet chic) sloopte met engelengeduld alle foute vullingen. Maar op een moment was er geen redden meer aan. ‘Eigenlijk moet ik op al je kiezen kronen zetten,’ somberde hij, ‘ga met je vader praten, want jij kunt dat niet betalen.’ Dat deed ik. Ik was 26, stond voor de klas en maakte altijd al mijn geld op. Toen ik deze mededeling over het oorlogsgebied in mijn mond kreeg, had ik net een ticket naar Kenia gekocht, om daar twee zomerse maanden lang weer mee te helpen met schooltjes bouwen.

 

Ik maakte de fout om het onderwerp aan te kaarten waar mijn moeder bij was. ‘Ben jij gek geworden!’ tierde ze. Ik had een baan, woonde zelfstandig en dan kwam ik bij mijn altijd hardwerkende vader aankloppen om duizenden guldens voor de tandarts? Om over zichzelf maar te zwijgen, maar ze zweeg allerminst: ‘En ik maar naar de markt op koopjesjacht en jij bent te beroerd om voor je eigen tanden te zorgen, poets ze dan goed!’ Pffff. Ik was eerder stomverbaasd dan boos.

 

‘Op eigen benen staan houdt ook in dat je je eigen rekeningen betaalt’, bitste mijn moeder

 

Dat ticket naar Kenia zat haar dwars. Toen duizend gulden. De helft van de aanstaande tandartsrekening. Mijn vader stond met zijn mond vol tanden. Hij had ze tenminste nog, ik zou binnenkort zonder zitten als er niets zou gebeuren. Hij voerde nog even die lulhannes uit Wassenaar op. ‘Op eigen benen staan houdt ook in dat je je eigen rekeningen betaalt’, bitste mijn moeder. Ze had natuurlijk een punt. En wat er toen gebeurde, was hoe het altijd ging. Mijn vader zei: ‘Ik schiet het geld voor, heb ik met je moeder afgesproken.’

 

Achtentwintig tandartsbezoeken later betaalde hij de rekening Toen ik hem alvast 500 gulden wilde geven, zei hij: ‘Hou maar in je zak en geen wóórd tegen je moeder.’
Ze zijn er allebei niet meer. Maar al die gouden kronen houden het, ruim veertig jaar later, nog steeds. Een postuum ‘ouders, bedankt’ is op z’n plaats. Ik poets me gek, dat wel. En wisten jullie dat het niet eens met tandpasta hoeft, maar gewoon met water kan?

 

  

Wieke Biesheuvel is columnist bij Libelle, schrijft boeken, woont in Zambia en helpt de plaatselijke bevolking met medewerking van haar vriendinnen hier aan waterputten.

witte-balk-met-bol-wieke