Het is hier geen wandelclub!

 

Miloe had last van wat dwarszittende kilo’s. Diëten hielp niets, de meedogenloze Mark wel. Nu verheugt ze zich op haar bikini.

 

 

Het gebeurde op een verlaten Spaans strand. Al twee weken vierden we vol overgave vakantie. Stokbrood met salami en chocopasta als ontbijt, gamba’s en witte wijn als lunch, rosé en olijven bij de borrel, paella in het campingrestaurant. Mijn hardloopschoenen zaten al die tijd ongebruikt in de koffer wegens a) angst voor verdwalen, b) heuvels c) warm d) iets met rosé. Het is tijd voor wat damage control, dacht ik op dat verlaten strand. Planken, dat kon ik best even doen. Van op je ellebogen en tenen staan krijg je het maar een beetje warm en het is – als ik de plaatjes mag geloven – goed voor werkelijk al je spieren.

Mijn iPhone had pas tien seconden weggetikt toen ik allerlei ledematen voelde trillen. Ik wiegde een beetje heen en weer ter afleiding, schudde met mijn hoofd en deed toen iets heel stoms. Ik keek tussen mijn armen door naar achteren en schrok zo van wat ik zag, dat ik mijn hoofd razendsnel weer optilde. Had ik het goed gezien? Was dat bobbelige, zakkerige stuk huid dat ik had zien hangen mijn buik? Ik keek nog een keer, zakte door mijn armen en viel in het zand. Precies vijftien seconden had ik geplankt en ik was niet van plan om het nog een keer te doen. Die avond dronk ik twee glazen extra rosé om de shock te verwerken. Ik jammerde tegen mijn man over kilo’s en rollen. Een week later zei de weegschaal wat ik al wist.

 

Mijn iPhone had pas 10 seconden weggetikt toen ik allerlei ledematen voelde trillen

 

De kilo’s die ik er tijdens mijn zwangerschappen aan had gegeten zaten me al jaren dwars. Mijn jongste was inmiddels een kleuter en nog steeds woog ik meer dan voor ik moeder werd. Ik probeerde sportvasten. Tien dagen afzien en daarna kilo’s lichter zijn, het leek me wel wat. Stikchagrijnig werd ik van het niet eten, maar het werkte. Even. Want zes maanden later zaten de kilo’s er weer aan. Van koolhydraatarm eten viel ik ook af, tot ik het brood proefde van de nieuwe bakker bij mij in de straat. Ik maakte healthy bananenbroden en granola uit Rens Kroes-achtige boeken en at daar veel te veel van, want het was gezond. Hardlopen deed ik ook, zeker twee keer per week, ik haalde zelfs de tien kilometer. Maar er ging geen grammetje af.

Er was er iets anders nodig, besloot ik na de zomervakantie. Mark was nodig. De trainer die zegt dat alle grenzen in je hoofd zitten, die ‘het is hier geen wandelclub’ roept als je sprintjes trekt en geen enkel excuus accepteert (‘misselijk? gooi het eruit dan kun je weer verder’). Natuurlijk kun je vijf kilo afvallen, zei hij, je moet er alleen wel wat voor doen. Dat ‘wat’ bleek minimaal drie keer per week een half uur krachttraining, minder koolhydraten en suiker, de fles wijn vijf van de zeven dagen dicht laten en m’n koffie zwart drinken in plaats van met geschuimde melk (‘kinderkoffie’) Ik slikte. En zei oké.

Na drie maanden was ik vijf kilo lichter, na vijf maanden heb ik kledingmaat 40 in plaats van 44 en spieren op plekken waarvan ik niet wist dat er spieren zaten. Kilo’s kwijtraken bleek vooral een duidelijk doel stellen, soms iets doen waar ik geen zin in had (trainen), en soms iets laten waar ik wel zin in had (chocola).

Er hoeft niet meer af, ik ben heel gelukkig met maat 40, maar ik heb wel een nieuw doel. Dit gewicht vasthouden, over vijf maanden planken op een Portugees strand, door mijn armen kijken en ’s avonds met een rosétje proosten. Op mijn buik.

 

 

Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.

witte-balk-met-bol-miloe