Tineke ging winkelen bij zo’n irritante kleding­verkoopster

 

En dat ging er niet zo best aan toe.

 

Toen ik naar de ruimte achter in de winkel liep, ging het al mis. Ze liep achter me aan alsof ik een prooi was. ‘Zo, lekker broeken passen?’ vroeg ze.

 

Ik vond het een rare vraag aan iemand die met een stapel broeken een pashokje inging, maar omdat ik vriendelijk wilde blijven zei ik maar ‘ja’. Daarna trok ik snel het gordijn dicht, en daarmee kon ik nog net voorkomen dat ze met me mee naar binnen ging. Ik zag daardoor wel te laat dat de lampjes boven de spiegel het niet deden. En ja… een intelligent mens gaat natuurlijk geen broeken passen in het stikdonker, maar haar aanwezigheid (net buiten mijn hokje, maar erg binnen in mijn comfortzone) deed me besluiten om toch maar door te zetten. Ik hing dus mijn jas op, trok mijn laarzen uit en liet mijn broek zakken.

 

‘Lukt het?’ gilde ze, terwijl ze het gordijn weer openrukte.
‘Ik geloof het wel’, zei ik terwijl ik eigenlijk nog stond te worstelen met de beveiligingsbutton.

 

‘Wat een donker hok heb je uitgekozen’, brulde ze toen. En ze greep me bij mijn arm en sleurde me het hokje uit. Overdreven zelfverzekerd liep ik toen maar naar een andere spiegel, en probeerde tegelijkertijd op het prijskaartje op mijn heup te kijken. Ik spotte een acceptabele prijs, vond de broek lekker zitten en besloot tot aankoop over te gaan.

 

Maar…‘Ohhh neeee,’ riep zij toen weer, ‘veeeeels te groot.’ En weg was ze.

 

‘Te groot?’ riep ik haar na.

 

‘Jaaaa,’ blèrde ze door de winkel, ‘kun je je hand in je broek stoppen?’

 

‘Sorry?’ vroeg ik verbaasd, terwijl ik de opdracht probeerde uit te voeren. Maar ze was alweer terug en ging meteen over tot actie. Ze zette een hand aan de band van mijn broek, en terwijl ik me schrap zette voor de voet in mijn buik gaf ze een harde ruk en stopte haar vuist achter de rits.

 

‘Zie je?’ lachte ze, terwijl ik geen adem meer kreeg. ‘Véél te groot.’ En weg was ze weer.

 

‘Maar ik heb hem ook kleiner, hoor. Welke maat heb je nu aan?’ schreeuwde ze langs drie dames die net binnenkwamen.
‘Geen idee’, loog ik gewiekst. Want ik heb al mijn hele leven grote maten nodig in verband met veel te lange benen en een iets te enthousiaste borstpartij. En na het baren van kinderen wordt dat er allemaal niet beter op. Alles wordt dan forser, behalve je zelfvertrouwen en je portemonnee. Ik moet dus altijd op zoek naar iets dat het midden houdt tussen een nauwsluitend naveltruitje met driekwart mouwen, of een alles bedekkende koepeltent. En met broeken heb ik meestal de keuze uit hoog water of een laag zelfbeeld. Vandaar dat ik deze broek zo graag wilde hebben. De pijpen waren lang genoeg, de navel was bedekt en ik kon nog ademhalen ook!

 

Maar voor ik het wist, was ik weer mijn hok in gestuurd, en kwam ik daarna weer naar buiten met een broek die alleen het gebied van net boven de schaamstreek tot iets onder de knie bedekte. En om de verkoopster te plezieren trok ik daar dan ook nog mijn laarzen bij aan.

 

‘Wauw,’ riep ze, ‘als ik zulke benen had dan zou ik niet hier werken, hoor.’ En ik weet niet precies of ze dan eigenlijk giraffenverzorgster of glazenwasser zonder ladder had willen worden, maar ik was er toen wel een beetje klaar mee. Ik ben naar huis gegaan, met dit verschil dat ik me dit keer niet wéér een broek heb laten aansmeren waar ik thuis dan heel erg om moest huilen. Ik heb gewoon die eerste broek gekocht die ze genadeloos afkeurde. Goed, hè?
Dus ik ga vooruit, maar ik koop de komende tijd wel weer even “ongepaste” kleding via internet. Want hier kan ik niet zo goed tegen.

 

Door: Tineke

Tineke is schrijfster van de boeken “Toch?” en “Stof Genoeg” en ze blogt ook zo nu en dan. Ze woont op het platteland met één (leuke) man, twee (lieve) kinderen, drie (onbespeelde) muziekinstrumenten, vier (wisselende) mantelzorgprojecten, een (bijna) vijfde boek, haar zesde (luie) kat, en (dus) ongeveer zeven muizen.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Tineke